Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vrees voor het uitbreken van onlusten tot in de hoogste kringen om zich greep, en de sinds lang bestaande oppositie tegen het ministerie en zijn niets en niemand ontkenden aanvoerder daar tot openlijk optreden bewoog Toen de koning doof bleef voor alle waarschuwingen van zijn gemalin en andere tegenstanders van Bismarek, en daarentegen de invloed van zijn zeer reactionnairen broeder prins Karei heette te stijcreu, werd men daar bevreesd dat de impopulariteit der regeering aan"de dynastie zou kwaad doen. De kroonprins, zoowel door zijn opvoeding als door zijn huwelijk met de zeer begaafde oudste dochter van koningin Victoria en Prins Albert, vervuld van liberale begrippen vond het daarom noodig zich in een toespraak te Stettin openlijk tegen de persordonnantie te. verklaren en duidelijk te kennen te geven dat de koning tot deze en andere dergelijke maatregelen door Bismarek. om zoo te zeggen tegen beter weten in, verleid was geworden, üe koning beschouwde dit als een zoo ernstig vergrijp, dat, als Bismarek niet tusschenbeiden was getreden, een open breuk tusschen vader en zoon zou gevolgd zijn. Zelfs nu nog bood de kroonprins zijn ontslag uit alle ambten en waardigheden aan, en het kostte grote moeite hem te bewegen dat terug te nemen, hoewel hij het onrecht van zijn optreden erkende, en daarop zij" vader ook bereid vond hem te vergeven. Voor den koning waren het schrikkelijke dagen; de strijd met zijn volk en in zijn eigen huis werd hem bij oogenblikken bijna te machtig, en slechts het onwankelbaar geloof, dat het als koning zijn plicht was vol te houden, hield hem staande. Bismarek daarentegen trok zich den binnenlandschen strijd weinig aan; als hij maar zeker was dat de koning hem bijbleef, vertrouwde hij vast op de overwinning. Voor onlusten vreesde hij niet, daarvoor waren geheel andere motieven noodig, en het volk had sedert 1848 geleerd hoe weinig die ten slotte baatten Daarenboven, een groot gedeelte van het Pruisische volk stond buiten den strijd; het was slechts de burgerij, het denkende deel der natie, zooals Bismarek zelf het uitdrukte, professoren, juristen eu kooplieden dat er deel aan nam. Dat bewees het betrekkelijk gering getal der bij elke verkiezing (in September 1863 had een nieuwe ontbinding plaats uitgebrachte stemmen. Zelfs deed Bismarek stappen om het hoofd de thans voor het eerst tot een politieke partij georganiseerde socialistische werklieden, Ferdinand Lassalle, als bondgenoot tegen de bourgeoisie te gebruiken, zoo zeker was hij er van, dat de vraag, of de koning of de door het klassenstelsel in het leven geroepen volksvertegen-

Sluiten