Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geprotesteerd en aan Engeland, later ook aan Rusland, gaf het aanleiding om zich met de zaak, en niet als vroeger geheel ten gunste van Denemarken, te bemoeien. Maar de Deensche minister Hall liet zich niet bang maken; den 30 Maart 1863 verscheen een koninklijk patent, dat een nieuwe regeling der verhouding van de hertogdommen tot het koninkrijk verordende, waarbij voor goed gebroken werd met de instellingen van 1852. en de verbinding van Sleeswijk en Holstein geheel werd losgemaakt. Weldra werd aangekondigd dat binnen kort den Deenschen rijksraad een herziening der grondwet zou worden voorgelegd, welke dan ook voor Sleeswijk zou gelden, terwijl Holstein geheel zelfstandig bleef. Zooals toen de toestand in Europa was, op het oogenblik dat Oostenrijk, Frankrijk en Engeland gemeenschappelijke vertoogen over Polen tot Rusland richtten, welke, naar velen meenden, tot een Europeeschen oorlog aanleiding zouden geven, waren de Denen niet bevreesd, dat de twee groote Duitsche mogendheden de uitvoering van hun voornemen zouden beletten. Zij rekenden daarenboven op de sympathie van Europa, die hun in 1848 en volgende jaren zoo te stade was gekomen.

Evenwel, daarin vergisten zij zich. Verder dan het richten van vertoogen gingen de mogendheden niet. Alleen Napoleon koesterde een korten tijd oorlogzuchtige plannen, Engeland zoomin als Oostenrijk had daar neiging toe; zelfs de wensch van Napoleon om de zaak van Polen op een congres te behandelen, werd door geen van beide ondersteund , toen Rusland volharden bleef bij een volstrekt afwijzende houding tegenover elke poging tot inmenging in wat het een binnenlandsche aangelegenheid achtte. Wat nog erger voor Denemarken was, keizer Napoleon was van oordeel dat het zich vergreep aan het nationaliteitsbeginsel en onttrok het daarom zijn steun; terwijl hij nogmaals te kennen gaf, dat de onschendbaarheid der Deensche monarchie geenszins een hoeksteen van het Europeesch evenwicht kon heeten. En tegelijk bleek het dat Oostenrijk en Pruisen, hoe ook overigens verdeeld, in de zaak der hertogdommen hand in hand bleven gaan.

Door het patent van Maart was opnieuw aan Holstein een wijziging in zijn grondwet opgelegd, zonder medewerking der standen, terwijl ook op andere punten de overeenkomsten van 1852 waren geschonden. De Duitsche Bond kreeg daardoor recht tot tusschenkomst, en, als Denemarken zich niet voegde, tot executie. Daarover waren Bismarck en Rechberg het eens, en wanneer dat het

Sluiten