Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Om BUinarck's handelwijze recht te begrijpen, dient men een ding in het oog te honden. Hij erkende maar één belang waar hij aUes aan ondergeschikt achtte, het belang van den Pruisischen staat Natuurlijk zooals hij zelf dat opvatte. Hij zette op dat punt geheel al de staatkunde van Frederik den Groote voort, die ook alleen voor Pruisen had geleefd. Al diens opvolgers en hun ministers hadden andere opvattingen van dat belang gehad en daarbij allerlei nevenbedoelingen nagejaagd; hij, voor het eerst, bewoog zijn koning we- op te gaan welken diens groote voorganger had bewandeld. Dat staatsbelang eischte in de eerste plaats dat Pruisen het oppergezag had in Noord-Duitschland en over de Duitsche kusten, en a 0PP"gez^ kon eerst verkregen worden als het beschikte over Sleeswyk^oUein en over de haven van Kiel, de eenigc in Dmtschand , waar een groo marine-station kon worden opgericht. In de handen van zoowel als in die van een zelfstandigen vorst waren land en haven beiden een beletsel voor de ontwikkeling der Pruisische macht. Daarenboven Pruisens grootste vijanden waren de middelstaten; MeeswijkHÏl, onder Augustenburg, zou hun getal met oen vermeerderen De nieuwe hertog zou altijd bevreesd voor Pruisen wezen en du van zelf een bondgenoot van Oostenrijk worden, evenals Hamiover dat was Van daar dat Bismarck vast besloten was Sleeswijk-Holstein bij

eerste gelegenheid de beste te annexeeren.

Zooals bijna alles wat Bismarck ontwierp, was dit plan zoo natuur j , zoo van zelfsprekend, dat er ook anderen waren die het do^r™dd^ dat men te Weenen b. v. er voor vreesde, en dat ook^ enkeIe bitterdste vijanden van Pruisen van den beginne a er e

Uo te knn.t «aa™ede h.J

ten uitvoer te leggen. Hij stond daarbij geheel alleen. Zijn kon s zelfs dacht er in de verste verte niet aan; reeds diens ree s8evoe belette dezen, die de oude Pruisische wapenspreuk Suum cutque zo van harte g-ne «r aan « denken rijn hand te leggen op

goed dat hem niet toekwam. ,,

" Voor het eerst sedert Bismarck's optreden als minister werkten alle

omstandigheden ten zijnen gunste. Koning Willem dee e we me

.eestdrift voor Augustenburg, maar was dezen toch niet ongenegen

harte gunde hij daarenboven Sleeswijk-Holstein een beter lot, maar let

S van Christiaan IX ontkende hij niet en aan het Londensche

protocol achtte hij zich gebonden. In Oostenrijk waren keizer

Sluiten