Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

15den April een antwoord in gelijken ziu als het Oostenrijksche aanbod aan Oostenrijk werd gegeven. Bismarck zelf. door een uit overprikkeling van zenuwen ontstane ongesteldheid verhinderd in persoonlijk overleg met den koning te treden, was daar zeer ongelukkig over,

maar was genoodzaakt het toe te laten. Hij vreesde reeds dat zijn geheele werk te niet was gedaan.

Maar zijn bezorgdheid was ijdel. De dingen waren voor beide mogend- breuk

heden reeds veel te ver gekomen om nog terug te kunnen keeren. oostenrijk en De weg die naar den vrede voerde was voor beide niet meer toegankelijk. In denzelfden tijd toen het betrekkelijk vredelievende Pruisische antwoord van 15 April te Weeuen kwam en Mensdorff, zeer verheugd over deze wending, van den keizer verlof verkreeg, daarop den IS11'" te antwoorden met de verzekering, dat Oostenrijk bereid was een week later, den 25»lrn, te beginnen met de maatregelen ter terugbrenging van het leger in den gewonen vredestoestand, kreeg het Oostenrijksche legerbestuur voortdurend nieuwe mededeelingen omtrent de maatregelen, die in Italië werden uitgevoerd ter voorbereiding eeuer algemeene mobilisatie. Zeer begrijpelijk was men in de Oostenrijksche militaire kringen zeer vertoornd, men geloofde er niet meer aan de oprechtheid der Pruisische aanbiedingen. De chef van den generalen staf, generaal Ilenckstein, diende bij den keizer een memorie in, waarin hij aantoonde dat de toestand een algeheele mobilisatie dringend noodig maakte. Immers Ttalië was reeds met zijn toerustingen in vollen gang,

en een mobilisatie in Pruisen kon in zoo korten tijd geschieden, dat Oostenrijk, om niet onvoorbereid te worden overvallen, noodzakelijk eerder met dergelijke maatregelen moest beginnen.

Dat was zoo duidelijk, dat de keizer onmiddellijk een ministerraad bijeen riep, waar wel Mensdorff zich zoo krachtig mogelijk verzette tegen een besluit, dat den vrede onmogelijk moest maken, maar de andere ministers, met uitzondering van ïjsterhazy, die zich, kenschetsend genoeg, aan de verantwoordelijkheid onttrok door zich ziek te melden, tot mobilisatie van het zuiderleger besloten. Terstond werden de bevelen daartoe gegeven en tevens aartshertog Albreclit tot bevelhebber in Italië benoemd en Benedek met het kommaudo over de troepen in het noorden belast.

De kogel was door de kerk. Wat hielp het dat Pruisen in beginsel in de demobilisatie had toegestemd, of dat Mensdorll aan de

Sluiten