is toegevoegd aan je favorieten.

Geschiedenis van onzen tijd sedert 1848

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

betrekkingen bekleeden en de bevolking zag zonder leedwezen voor een deel zelfs met ingenomenheid de regeenngs-verandering aan, die op de meest regelmatige wijze haar beslag kreeg.

In Hannover regeerde de blinde koning George V een eigenzin g man, bekrompen 'in zijne opvattingen en geheel doordrongen van de ouderwetsche denkbeelden aangaande het goddelijk recht der vorste . Hii had te Frankfort voor het mobilisatie-voorstel gestemd en dadelijk na de aanneming zijne troepen gemobiliseerd. Het beve aar oe wa nauwelijks gegeven toen het Pruisische ultimatum werd aangeboden. De koning, na gehouden ministerraad, besloot geheel in overeenstemming met zijne raadslieden om de Pruisische voorstellen met aan te nemen. Toen dit in den nacht van 15 Juni door den Minister von Platen aan den Pruisischen gezant werd medegedeeld, verklaarde deze, zonder het schriftelijk antwoord dat nog ter onderteekening bij ten koning was af te wachten, aan de Hannovraansche regeering den oorlog Het koninkrijk met zijne grillige grenslijnen en weinig samenhangen ^randgebied was tegen eiken buitenlandschen vijand moeielijk en tegen Pruisen onmogelijk te verdedigen. Uit het Noorden werd deS hoofdstad bedreigd door het in Holstein gelegerde corps van Manteutiel, da onverwijld de Elbe was overgetrokken; van de westzijde was men me recht beducht voor de Pruisische troepen die 111 Westfalen waren. e koning gaf dan ook dadelijk bevel aan alle m zijn rijk versprei e garnizoenen om zich in het zuidelijkste punt zijner staten te Gottingen te vereenigen, waarheen hij zelf reeds den 1*- Juni vroeg in den morgen inet zijnen zoon en zijne ministers vertrok. en vo gen dag deden de Pruisen hunne intrede in zijne residentie.

Te Göttingen verzamelden zich intusschen ongeveer twintig uizen mauschappen met twee en veertig vuurmonden. Zij waren goed gezin en goed bewapend, doch niet op voet van oorlog. Krijgsbehoefte was slechts in geringe hoeveelheid aanwezig, men had geen tijd gehad die uit de tuighuizen mede te nemen. Op den zich daar bevin en en voorraad, voornamelijk te Hannover en te Stade, hadden de Pruisen reeds de hand gelegd. Ook aan paarden voor de artillerie en den bagagetrein was gebrek. Men was wel gedwongen eenige dagen in Gottingen te blijven! ten einde de troepen van het allernoodigste te voorzien. Toen werd op last van den koning de opmarsch naar het Zuiden begonnen met het doel zich met de Beiersche troepen te vereenigen. De Pruisische regeering had aan den generaal von Falckensteiu, die .iet