Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was gemarcheerd en zich ijlings naar het Noorden wendde om de geslagen afdeeling van Bonin te hulp te komen. Bij Burkersdorf stieten zij op het Oosten rij ksche leger onder Gableuz, die na de overwinning van den vorigen dag zich wel op een ontmoeting met het centrum had voorbereid, maar niet verwacht had dat dit reeds zoo spoedig tegen hem over zoude staan. Nauwelijks had de strijd zich algemeen ontwikkeld, toen Gablenz van Benedek bericht ontving dat hij de hem toegezegde versterkingen niet kon zenden. Er bleef nu niets over dan het gevecht af te breken en zich terug te trekken, daar er anders gevaar voor de verbreking der gemeenschap met het hoofdleger kon ontstaan. Even als te Gitchin werden ook hier de bevelen tot den terugtocht niet tijdig genoeg ontvangeu. Een brigade-generaal, Grivicitz, ontving zelfs in het geheel geen bevel, want de officier die het moest overbrengen werd door de Pruisen gevangen genomen. Hij bleef dus doorvechten, omsingeld van alle zijden, werd gewond en gevangen genomen, nadat zich zijne benden overal heen verstrooid hadden en voor het grootste gedeelte in Pruisische krijgsgevangenschap waren geraakt. De verliezen der Oostenrijkers waren ook hier verbazend groot, die der Pruisen vijfmaal kleiner. Op denzelfden dag had ook generaal Steinmetz een belangrijk voordeel behaald, zijne troepen hadden Skalitz met geweld genomen, bij welke gelegenheid de Oostenrijkers, die in strijd met de bevelen van het hoofdkwartier het gevecht hadden voortgezet, wederom geweldige verliezen leden, meer dan 5500 man. Den volgenden dag sloeg hij bij Schweinschiidel de Oostenrijkers opnieuw en vereenigde zich met den rechtervleugel, die inmiddels van den hem te Trautenau toegebrachten slag geheel hersteld was. De vereenigde troepen marcheerden voort tot aan de Elbe, waar zich de ruiterij-afdeelingen van het leger van Prins Friedrich Carl, dat te Gitchin gelegerd was, spoedig vertoonden. Het geheele Pruisische leger was thans overeenkomstig Moltke's plan in Noord-West-Boheme vereenigd tegenover het Oostenrijksche. Maar dit laatste bevond zich in een jammerlijken toestand. Het had zonder een grooten veldslag te hebben verloren reeds een verlies geleden van 30,000 man. Benedek telegrafeerde dan ook 1 Juli aan den Keizer, dat een groote nederlaag onvermijdelijk en het sluiten van den vrede dringend gewenscht was. Zooals te begrijpen was antwoordde de keizer dat dit laatste onmogelijk was; men moest maar terug trekken, des noods naar Olmütz, maar liefst wilde hij dat men vooraf nog slag leverde. Het ligt nu eenmaal in

Sluiten