Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Napoleon had gestaan, als buitengewoon gevolmachtigde daarheen te

doen vertrekken. . j„t

Voor Napoleon III braken toen dagen aan, waarin hij moest ond

vinden hoe ondankbaar de taak was die hij op zich had genomen.

Vorst Reuss en de Pruisische gezant te Parijs waren uiterst b^oed-

zaam Zij gaven den wensch te kennen dat de keizer als bemiddelaar

zelf voorslagen zoude doen. Inmiddels gingen de krijgsbedrijvennroort,

want de wapenstilstand door Oostenrijk gevraagd was met ingewiHg .

Te Parijs verwachtte men dagelijks het bericht dat de ruise

beleg voor Weenen hadden geslagen en de Italianen, die zie 1 aan <en

afstand van Venetië aan Frankrijk niet stoorden, het hun door apo eon

beloofde land zelve hadden veroverd. Keizerin Eugenie drong '1 •>

gemaal onophoudelijk aan op een partijtrekken voor Oosten^ c>ok

Drouin de Lhuys sprak in denzelfden geest: zij trachtten

te beduiden dat Pruisen door het rekken van J"

tot niets konden leiden, hem zoo lang rustig hoopte te houden totdat het

door de verovering van Weenen en geheel Duitschland volledig meester was van den toestand. De Oostenrijksche gezant, vorst Metteru.ch, be stormde den keizer met de bitterste jammerklachten: men had aan zijne wenschen ten opzichte van Venetië voldaan, nu moest luj zynerzgds ook zijne verplichtingen jegens Oostenrijk nakomen. Ook de Saksische minister von Beust, die bij het Hof der Tuilerieën hoog stond ^ schreven, verscheen op verzoek van den keizer van OostenrijkteParj , hij bad Napoleon dringend om zijne troepen n.t het kamp van Chalon naar den Rijn te zenden en een vloot naar de Noordzee. ij moes echter van den keizer vernemen dat elk krijgshaftig vertoon onraoge lijk was. Frankrijk was niet genoegzaam uitgerust, het was me ij machte om met de wapenen in te grijpen. Intusschen, al mocht ook het pijnlijk gevoel van eigen zwakheid den keizer dwingen om van elke deelneming aan den oorlog af te zien, toch was de gedrags ïjn, em hierdoor geboden, in zekeren zin hem niet ongevallig. Aan de zij de van Oostenrijk tegen Italië te strijden, voor welks onafhankelijkhei hii in 1859 zich zoo groote opofferingen had getroost stuitte hem evenzeer tegen de borst als in Duitschland de nationale beweging tot eenheid, waarvoor hij in het afgetrokkene veel gevoelde met; gewe d den kop in te drukken. Indien hij maar de zekerheid had dat er in Europa geen toestanden ontstonden waardoor de openbare meening in Frankrijk zich verontrust zou gevoelen, indien de macht van ruisin

Sluiten