Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door het onwelkome bezoek niet weinig ontstemd en liet door den minister Drouin de L'huys aan de keizerin weten, dat hij wegens zijnen slechten gezondheidstoestand haar, tot zijn groot leedwezen, niet kon ontvangen. Charlotte haastte zich, in weerwil van deze mededeeling, naar het kasteel St. Cloud, waar de keizerlijke familie zich destijds ophield en liet den keizer weten, dat zij den drempel van het huis niet weer zoude overschrijden, voor zij hem gesproken had. Het onderhoud had plaats, buiten de tegenwoordigheid van een derde. Men heeft beweerd dat het tot een heftig tooneel tusschen de beide vorstelijke personen kwam, waarbij de keizerin den keizer met de scherpste verwijtingeu overlaadde en deze zijnerzijds verklaarde, niets meer voor Maximiliaan te kunnen doen. Dat het onderhoud geen verandering in Napoleon's planuen bracht^ bleek voldoende door de volgende gebeurtenissen. Napoleon III en Eugènie brachten Charlotte nog een tegenbezoek in haar logement, waarna deze 23 Augustus Parijs verliet om zich naar Rome te begeven. Gedurende de reis bleek het, dat de zenuwachtige overspanning, waarin de keizerin sinds haar vertrek uit Mexico verkeerde, hare gezondheid zoo sterk aangetast had, dat rust onontbeerlijk was. Op raad van haren geneesheer vertoefde zij eenige weken te Miramar, voordat zij hare reis voortzette. Den 25st,'n September vertrok zij, schijnbaar hersteld, naar Rome, waar zij twee dagen later een langdurig onderhoud met Pius IX had over de kerkelijke toestanden van Mexico. Teruggekeerd in haar logement, deed zij door hare zonderlinge houding en vreemde uitingen bij hare omgeving het vermoeden rijzen, dat hare geestvermogens gekrenkt waren. Dit vermoeden bleek spoedig waarheid te zijn; zij werd door een aanval van vervolgingswaanzin aangetast, verhaalde aan iedereen dat men haar in Frankrijk had willen vergiftigen en liet aan den Paus weten, dat de personen van haar gevolg haar naar het leven stonden. Zij verliet daarna ijlings, met een hofdame, haar logement en vluchtte naar het Vaticaan, waar zij onder de bescherming van den Paus beweerde alleen veilig te zijn. Kardinaal Antonelli zond dadelijk bericht van den treurigen toestand, waarin zich de keizerin bevond, aan hare bloedverwanten te Brussel; haar broeder de Graaf van Vlaanderen kwam onmiddellijk over en geleidde haar naar Miramar. Aanvankelijk vleide men zich, dat de deerniswaardige toestand waarin zij verkeerde voorbijgaand zoude zijn, doch later bleek het meer en meer dat zij geheel krankzinnig was geworden; zij werd naar België overgebracht, waar alle middelen tot hare genezing beproefd, faalden.

Sluiten