Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

noeg om afnemer te worden van tal van Europeesche waren en tevens, bij eenige zekerheid van verkoop, de hulpbronnen van het land ten bate van de buitenlandsche markten te ontwikkelen. Zij was daarenboven talrijk genoeg om een aanzienlijk debiet te beloven aan den Europeeschen en in het bijzonder aan den Franschen handel. Zoo hield dan ook de tegenstand tegen het bezet houden op den duur op, niettegenstaande de voortdurende aanvallen van ongeregelde benden, die in de naburige gewesten een schuilplaats vonden, de veiligheid in de Fransche provinciën in ernstig gevaar brachten. Ten slotte zag zich in 1867 de regeeriug zelfs verplicht die gewesten (de drie westelijke aan Kambodscha grenzende provinciën) te bezetten en zoodoende het Fransche bezit bijna te verdubbelen. Hoewel geheel onwillig tot groote koloniale uitbreiding, begon Frankrijk zichtbaar den weg op te gaan naar de stichting van een groot koloniaal rijk. Want zooals overal was geschied, waar Europeesche machten zich in Azië of Afrika op het vaste land hebben vastgezet, de veiligheid van het bezit vereischt voldoend verzekerde grenzen, en tegenover onafhankelijk inlandsche volken zijn die bijna nimmer te verkrijgen. Het ging den Europeeschen volken evenals oudtijds den Romeinen, die ten slotte slechts door een breede zoom van onbewoond land hun grenzen meenden te kunnen dekken. Voorloopig echter zochten de Franschen binnen de verkregen grenzen te blijven. De groote ontdekkingstocht op den Mekong van Granier en Lagree in 1866 en volgende jaren werd althans niet met het doel ondernomen om latere gebiedsuitbreiding voor te bereiden. Voor het eerst werd het binnenland van Achter-Indië eenigermate bekend aan Europa. Behalve aan Granier, die voor het eerst opmerkzaam maakte op de noodzakelijkheid om de groote rivier, welker delta nu in Fransche handen was nader te onderzoeken, kwam de eer van deze uiterst belangrijke expeditie aan den admiraal La Grandière toe, die van 1863 tot 1868 gouverneur van Cochin-China was en niet alleen de laatste uitbreiding van het Fransch gebied had geleid, maar ook in het begin van zijn bestuur, in 1863, het traktaat had gesloten, dat Kambodscha onder Fransch protectoraat stelde. Dat traktaat, het verdrag van Oedon, was het slot van een geheele reeks onderhandelingen, waardoor het den Franschen gelukte, Kambodscha aan den invloed van Siam te onttrekken, dat sinds lang aanspraken had gemaakt op de onderdanigheid van het land, waar tot nog toe door de Annamiten belet was die te laten gelden. De Siameesche

Sluiten