Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als keizerlijk opperbevelhebber optrad, werd gevormd oiu hen te straffen. Ook te Yedo was intusschen tusschen aanhangers van Satsoema en van den sjogoen bloedig gestreden, waarbij de stad verbazend had geleden. Deze strijd duurde in de omstreken nog geruiinen tijd voort en maakte het verblijf voor de buitenlanders niet zelden uiterst gevaarlijk. Hetzelfde was in de omstreken van Osaka het geval. In geen ander jaar werden zooveel moorden op dikwijls volstrekt onschuldige vreemdelingen gepleegd, want onder de samoeraï's uit het zuiden waren er die meenden, dat thans het oogenblik der uitroeiing van het gehate gespuis was gekomen. Weldra echter bemerkte men aan het optreden der keizerlijke regeering, dat deze dit geenszins wilde dulden en niet, als die van den sjogoen, zich uit vrees voor verzet van straffen zou onthouden. Het eerste wat zij deed, nadat Osaka bezet was, het geven eener verzekering van handhaving der traktaten, en van haar gezindheid om met het buitenland op vriendschappelijken voet te staan, was geen ijdel vertoon.

De volledige reorganisatie van de regeering en het bijeenbrengen van een krijgsmacht, die tegen die van Keiki en zijn talrijke aanhangers onder de noordelijke daïtnio's opgewassen was, vertraagde natuurlijk het voortzetten der operatiën der keizerlijken tegen Yedo geruimen tijd. De oorlogstnomschepen der zuidelijke daïmio's leverden in dien tijd, in de ruime baai van Yedo, zoo nu en dan gevechten tegen die van den ex-sjogoen, tot groot vermaak der buitenlanders; het bleek daarbij dat de Japanners al heel spoedig geleerd hadden met alle moderne oorlogswerktuigen om te gaan en ter zee zich volkomen goed thuis gevoelden; heel anders dan de Chineezen, die voor hun oorlogsvloot vreemdelingen niet ontberen konden. In dat tijdsverloop van eenige maanden deed Keiki niet de minste poging tot verder verzet tegen de keizerlijke regeering, zoodat het niemand verwonderde toen men vernam dat hij weigerde den toegang tot Yedo te verdedigen en zijn volgelingen, die den strijd meer als een veete van Satsoema tegen Tokoegawa opnamen, verbood eenigen tegenweer tegen het keizerlijk leger te plegen. Oin zijn gezindheid duidelijk te bewijzen, onttrok hij zich aan de aanzoeken zijner strijdlustige volgelingen in een klooster. Toen kwamen tal van de aanzienlijkste leden van de keizerlijke familie tusschenbeiden en verkregen een genadiger vonnis dan hem boven het hoofd hing. Toen Asisoegawa den 26stfI1 April Yedo zonder slag of stoot binnentrok, werd het bekend gemaakt:

Sluiten