Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZESDE HOOFDSTUK.

VIER VREDESJAREN.

Het tijdperk tusscheii deu Duitschen eu de» Franschen oorlog behoort tot de gewichtigste uit de geschiedenis van de negentiende eeuw. Bisraarck speelt er, zoo al niet de meest luidruchtige dan toch de eerste rol in. Hij had de overtuiging verkregen, dat zonder een oorlog met Frankrijk de Duitsche eenheid die hij wilde vestigen niet kon tot stand komen. Kalm en vastberaden had hij zich voorgesteld dien oorlog niet voorbarig uit te lokken, maar Frankrijk uit zijne tent te laten treden op een oogenblik dat het zouder bondgenooten was en hem volkomen gereed vond. Zijue staatkunde was geheel op dit doel gericht. De weifelende houding van Napoleon III, die in zijn land met een toenemende ontevredenheid over zijn regeeringsstelsel en zijue buitenlandsche staatkunde te kampen had, kwam hem hierbij uitnemend te stade. De verhoudingen tusscheu de andere Europeesehe mogendheden en ook de gebeurtenissen begunstigden zijn streven; maar met ongeëvenaard talent wist hij van dit° alles partij te trekken. Bovenmatige achterdocht en overdreven bewondering meenden in alles wat in deze jaren gebeurde zijne hand te zien; deze voorstelling is niet geheel juist, wel wist Bismarck elk voorval dienstbaar te maken aan zijue plannen en zoodoende den geheelen staatkundigen toestand van Europa te beheerschen op een wijze zooals dit vóór hem slechts zelden aan een staatsman was gelukt.

Toestanden»! De vrede van Praag had de grondslagen van Duitschland's staatDuitsohiand.kunJig bestaan geheel uiteengerukt. De Duitsche Bond was verdwenen;

Oostenrijk had zijne staatkundige betrekkingen tot het overige Duitschland moeten opgeven; de Zuid-Duitsche Staten, Beijeren, Wurtemberg en

Sluiten