Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sche regeering hare beloften nakwam. Hij had een ander plan in het hoofd, waarvan ieder helderziend staatsman de mislukking wel vooraf kon voorspellen, maar waarvan hij den goeden uitslag inderdaad schijnt gehoopt te hebben. Hij liet alle mogendheden van Europa, de groote en de kleine, met uitzondering alleen van Turkije, uitnoodigen tot een Congres te Parijs over de Romeinsche kwestie.

Geen enkele was natuurlijk gezind om aan deze uitnoodiging te voldoen. De katholieke regeeringen die vóór den Paus waren, wilden niet met Italië overhoop raken en de niet-katholieke, die op Italië's hand waren, hadden geen lust om ter wille van een zaak die hunne belangen niet raakte, aan hunne katholieke onderdanen aanstoot te geven. Daarbij begrepen alle, dat een oplossing die èn den Paus èn Italië tevreden stelde, toch niet te vinden zoude zijn. Men was derhalve eenstemmig van oordeel dat de regeling dezer kwestie moest blijven bij den man die haar oorspronkelijk door zijne handelingen had uitgelokt, en achtte het een noodelooze edelmoedigheid om Napoleon III van deze moeielijke taak te ontlasten.

Oostenrijk was de eenige mogendheid die de uitnoodiging onvoorwaardelijk aannam. Zij kon dit gerust doen met de wetenschap dat de andere tocli zouden weigeren, de meeste overige regeeringen verklaarden zich in beginsel niet tegen een congres, maar wenschten omtrent de te behandelen zaak bepaalde voorstellen te ontvangen, alvorens zich nader te verklaren; zij wisten volkomen goed dat die voorstellen niet te wachten waren, omdat de Keizer zelf geheel in onzekerheid was wat te doen. Bij de openingsrede van de zitting der Fransche Kamer verklaarde Napoleon III dat de spoedige terugroeping der Fransche troepen uit Rome te voorzien was. De minister Rouher, die thans het volledig vertrouwen van den Keizer bezat en reeds in Frankrijk als onder-Keizer (vice-empereur) was gehoond, gaf echter bij de beraadslagingen over de buiteulandsche staatkunde namens de regeering de uitdrukkelijke verzekering dat Italië nooit in het bezit zoude komen van den Kerkelijken Staat. Door de overgroote meerderheid der leden van de Kamer werd deze uitlating levendig toegejuicht. In de Italiaansche Kamer werd als weerklank op het te Parijs gesproken woord eenstemmig een verklaring aangenomen, waarbij Rome als de toekomstige hoofdstad werd gehandhaafd. Nu men wederzijds zoo beslist had partij gekozen, was de mogelijkheid van een congres van zelf uitgesloten.

De Fransche regeering trachtte nog een voorbereidende en vertrou-

Sluiten