Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijne persoonlijke plichten en die van den grondwettigen Vorst. Hij zoude zeker nimmer, in zijne verhouding als katholiek tegenover het hoofd zijner kerk, iets hebben willen doen of nalaten in strijd met den wil van den Paus, maar als Keizer en Koning tegenover zijne onderdanen, achtte hij het niet ongeoorloofd om boven dien wil te doen gelden wettelijke bepalingen, die hij eenmaal gezworen had te zullen handhaven. Zijn protestantsche Rijkskanselier behandelde het vraagstuk met groote gematigdheid en hield rekening inet de gevoelens van zijnen Keizerlijken meester; kerkelijke hartstochtelijkheid was aan Beust vreemd, het was hem bij zijnen strijd tegen het konkordaat alleen te doen om op wettelijk gebied het onontbeerlijke tot stand te brengen, maar geenszins om aan de katholieke kerk of haar hoofd een slag toe te brengen. Aanvankelijk werd een onderhandeling met Rome beproefd, doch de Paus was tot geen tegemoetkoming te bewegen. Hierop werden verschillende wetten ingediend betreffende het onderwijs, het burgerlijk huwelijk en andere onderwerpen, die alle in volkomen strijd waren met de bepalingen van het konkordaat. In het Oostenrijksche Heerenhuis ontmoetten deze wetten feilen tegenstand, alleen de persoonlijke tusschenkomst van den Keizer kon haar de meerderheid verzekeren. Door haar totstandkoming was feitelijk het konkordaat afgeschaft. Vijfentwintig Oostenrijksche bisschoppen hadden een in krachtige bewoordingen gesteld adres tot den Keizer gericht, om hunne bezwaren tegen de ingediende wetten kenbaar te maken, maar zij ontvingen een kort maar beslist afwijzend antwoord. Toen de aartsbisschop van Linz gehoorzaamheid aan de wet weigerde, werd hij tot gevangenisstraf veroordeeld, doch door den Keizer begenadigd. De Paus verklaarde in een allokutie de wetten voor nietig en waardeloos, wat natuurlijk een kras antwoord van de Oostenrijksche regeering uitlokte. In Weenen en op andere plaatsen van het rijk toonde de burgerij door luidruchtige betoogingen hare ingenomenheid met den val van het konkordaat en de geestelijkheid zag zich wel gedwongen in het gebeurde te berusten. Beust begreep dat hij den boog niet te veel moest spannen; na de behaalde overwinning trachtte hij zooveel mogelijk alles te vermijden, wat aan Rome en de strenge katholieken nog meer aanstoot kon geven. Nadat de Paus in den zomer van 1868 het reeds te voren aangekondigde algemeene concilie tegen December van het volgende jaar had bijeen geroepen, richtte de Beijersche regeering, 9 April 1869, een schrijven tot alle regeeringen waarin zij op de bedenkelijke gevolgen

Sluiten