Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Pruisen hield en in liet geval dat de Kamer zich voor het behoud der neutraliteit uitsprak, haar ontslag zoude nemen. Het werd echter algemeen geloofd, dat de Koning, die Duitschgezind was, dan den eenige maanden vroeger afgetreden minister Hohenlohe zoude hebben teruggeroepen, die de Kamer zoude hebben ontbonden, en inmiddels dadelijk den oorlog hebben begonnen. Met 101 tegen 47 stemmen nam de Kamer het voorstel der regeering aan, om buitengewone credieten te verleeneu voor het geval dat de oorlog onvermijdelijk was. De Eerste Kamer, na een geheime zitting te hebben gehouden, vereenigde zich zonder beraadslaging met algemeene stemmen met deze voorstellen. De mobilisatie van het Beijersche leger had dadelijk hierna plaats, enkele pogingen der katholieke geestelijkheid om op het platteland de bevolking tegen de mobilisatie op te hitsen, werden onverwijld met kracht onderdrukt. Wurtemberg volgde, hoewel zich ook daar aanvankelijk tegenstand openbaarde. In Baden, dat het eerst voor een aanval van Fransche zijde bloot lag, was de algemeene geestdrift voor den oorlog bijna even krachtig als in Noord-Duitschland. De deelneming der drie Zuid-Duitsche Staten aan den oorlog werd, hoewel verwacht, toch natuurlijk in Berlijn met groote blijdschap begroet. De oorlog was nu een oorlog van geheel Duitschland tegen Frankrijk geworden en de Duitsche eenheid, die thans feitelijk reeds tot stand was gekomen, kon als de inzet van den strijd worden beschouwd.

In Oostenrijk was de stemming verdeeld. Onder de Duitsche bevolking was door de gebeurtenissen van 1866 de wensch naar een eenig Duitschland vervlogen, maar het gevoel van stamverwantschap was toch nog sterk genoeg om het vooruitzicht van aan de zijde van Frankrijk tegen Duitschland strijd te voeren zeer weinig aantrekkelijk te maken.

De Hongaren waren, om redenen die wij vroeger vermeldden (bladz. 416), voorstanders cener vriendschappelijke verhouding tegenover NoordDuitschland. In de regeeringskringen en in het leger bestond nog altijd de wrevel tegen Pruisen, maar de Keizer was bij uitstek vredelievend; de herinnering aan de twee voor Oostenrijk ongelukkige oorlogen die onder zijne regeering hadden plaats gehad, deed hem huiveren voor eiken oorlog. Napoleon III had in de laatste jaren er naar gestreefd om een verbond met Oostenrijk en Italië tegen Pruisen tot stand te brengen, maar men had zich in Weenen tot niets willen verbinden dan tot de toezegging dat men geen verbonden met andere mogendheden zoude sluiten zonder Frankijk vooraf daarvan in kennis te hebben gesteld. Zoodra

Sluiten