Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ollivier kwam in deze zitting verklaren dat de geleden nederlagen niet beslissend waren, Frankrijk was nog in het bezit van zijne natuurlijke verdedigingslinien en de hulpbronnen voor zijne verdediging waren ongerept. Toch stelde hij de algemeene volkswapening voor, waardoor een nieuw leger van 450 000 man zoude worden gevormd; voorts verzekerde hij dat alles gereed was voor de verdediging van Parijs en dat de stad van levensmiddelen voorzien was voor een langdurig beleg. Deze onzamenhangende en dubbelzinnige verklaring, die tegelijk geruststellend en verontrustend was, maakte in de Kamer een zeer ongunstigen indruk. De regeering werd door een motie van wantrouwen, voorgesteld door een der leden van de rechterzijde, onmiddellijk afgemaakt.

De Keizerin begreep dat een militair aan het hoofd van het nieuwe bewind moest worden geplaatst en vestigde haar blik op den generaal Cousin de Montauban, die indertijd in China het Fransche leger had aangevoerd en na een bij de brug van Palikao behaalde overwinning (bladz. 328) den titel van Graaf van Palikao had ontvangen. Hij werd uit Ljon, waar hij een commando had, aanstonds opontboden en vormde oogenblikkelijk een ministerie, waarin alleen mannen van de rechterzijde zitting namen. Zoo werd Ollivier's schoone droom van een vrijzinnig Keizerrijk in een oogwenk vernietigd. De oude richting van het persoonlijk bewind kwam schijnbaar weder aan het roer, maar in werkelijkheid had het Keizerrijk op de slagvelden van Wörth en Spicheren reeds den genadeslag ontvangen. In de zitting der Kamer, waarin het ministerie Ollivier viel, werd door monarchale leden, die tegenstanders van het Keizerrijk waren, een voorstel gedaan om den generaal Trochu, die voor een zeer bekwaam officier gold, maar in de Tuilerieën als Orleanist werd geschuwd, aan het hoofd van het ministerie te plaatsen. De republikeinsche leden stelden daartegen hun voorstel om een commissie van vijftien leden uit en door de Kamer te doen kiezen, die aan het hoofd der zaken zoude worden gesteld gedurende den inval des vijands. Beide voorstellen waren volmaakt ongrondwettig en strekten er eigenlijk toe om óf de macht van den Keizer tot een schaduw terug te brengen of wel om die tijdelijk geheel te schorsen. Het republikeinsche voorstel, door Jules Favre verdedigd, verkreeg 53 stemmen. 20 stemmen meer dan het ledental der republikeinsche partij. Alle tegenstanders van het Keizerrijk schenen het er dus over eens te zijn dat het oogenblik was aangebroken waarop Napoleon III zijne macht moest

Sluiten