is toegevoegd aan je favorieten.

Geschiedenis van onzen tijd sedert 1848

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In hot zuiden werden Dyon en Orleans bezet, in het noorden veroverden de Duitschers Soissons en Thionville en werd na een hevig gevecht, dat voor de Frauschen ongelukkig uitviel, in het laatst van November Amiens bezet.

Gambetta, bijgestaan door een ingenieur de Freycinet, had inmiddels te Tours een inderdaad bewonderenswaardige bedrijvigheid ontwikkeld. Het gelukte aan beide mannen in korten tijd een vrij aanzienlijke legermacht, voor een groot deel evenwel uit ongeoefende soldaten bestaande, uit te rusten en te wapenen. Ook mochten zij een oud-gediende van den Krimveldtocht, reeds gepensioimeerd maar nog kloek en wakker, den generaal d Aurelle de Paladines, bereid bevinden om zich aan het hoofd van een legerafdeeling te stellen, die voorloopig beoogde de Duitsche troepen uit Orleans te verdrijven, teneinde vervolgens, indien zulks mogelijk bleek, naar Parijs op te trekken. Het eerste gelukte, de Beijersche troepen, die te Orleans gelegerd waren, werden genoodzaakt die stad te verlaten, nadat zij op 9 November te Coulmiers voor den overmachtigen vijand hadden moeten wijken. Deze kleine voorspoed deed den moed herleven en had op de Fransche troepen een gunstigen invloed; zij versterkte evenwel op bedenkelijke wijze het zelfvertrouwen van de regeering te Tours. Maar de aanvoerder was een te ervaren krijgsman om met zijn ongeoefend leger, dat veel te weinig artillerie en ruiterij bezat en bijna geen legertrein had, zich verder te wagen met het vooruitzicht om tegen een goed uitgerusten vijand, die met hem in getalsterkte gelijk stond, den strijd te moeten aannemen. Dit was echter volstrekt niet naar den zin van Gambetta, die de meest stellige bevelen gaf om vooruit te trekken en Parijs te ontzetten. Uit Parijs werd een uitval ondernomen, die ten doel had om met het leger te Orleans, het Loire-leger zooals het genoemd werd, in gemeenschap te komen. Deze uitval die vier dagen duurde, van 30 Nov. tot 3 December, en aan beide zijden duizenden het leven kostte, leidde niet tot het gewensclite doel. De buitengewoon zware koude, die plotseling inviel, bewoog Trochu om zijne slecht gekleede troepen den terugtocht te doen aanvaarden, nadat het hem genoegzaam gebleken was dat het hun, niettegenstaande hunne overmacht, toch niet zoude gelukken om door de Duitsche belegeringslijnen henen te breken. Ook het Loireleger moest spoedig de ingenomen stellingen weder verlaten, toen Prins Frederik Karei met de troepen die Metz hadden belegerd tegen Orleans optiok. De 1 ranschen, bij Beaune la Rolande teruggeworpen, moesten