Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toewijding hunnen plicht. Zij hadden een bij uitstek raoeielijke taak: onder zich goedgezinde maar onbekwame officieren, en soldaten waarvan de grootste helft nog nimmer het geweer en den ransel had gedragen, boven zich het voorloopig bewind, dat eerst uit Tours en later uit Bordeaux, zijne bevelen uitvaardigde zonder kennis van den waren toestand, alleen met staatkundige overwegingen rekening houdende en in de vaste overtuiging levende dat het Fransche volk, indien het slechts goed werd aangevoerd, den vijand over de grenzen moest terugdrijven, zooals het dat in 1793 had gedaan.

De generaals waren van oordeel dat de drie legermachten zich allen tot doel moesten stellen het ontzetten van Parijs, en dat derhalve hunne krijgsbewegingen zich steeds in de richting der hoofdstad moesten bewegen. Het voorloopig bewind kon zich hiermede niet vereenigen, het gelastte dat Bourbaki met het Westerleger naar de grenzen zoude trekken om de door de Duitschers ingesloten vesting Belfort in den Zuid-Elzas te ontzetten en vervolgens door een inval in Zuid-Duitschland een afleiding te maken, die de Duitsche legers in Frankrijk, naar men zich vleide, tot den terugtocht zoude nopen. Het Oosterleger daarentegen moest trachten zich met het Noorderleger te vereenigen. Chauzy trok derhalve in Noordwestelijke richting op, steeds gevolgd door het Duitsche leger onder Prins Frederik Karei. Nadat hij, niet zonder voortdurend door de Duitschers bestookt te zijn, te Le Mans was aangekomen, legerde hij zich in den omtrek dier stad en wachtte er de Duitschers af. Hier ontwikkelde zich een strijd die drie dagen duurde, 10, 11 en 12 Januari, en met de volledige nederlaag der Franschen eindigde. De ellende in deze dagen van strenge koude op den met sneeuw overdekten grond geleden, was in beide legers ontzettend. De verliezen wareu groot. Het Duitsche leger verloor 3200 man, waaronder 200 officieren, de Franschen 6200 man, maar daarenboven 20 000 gevangenen, een deel van hun geschut en een groote hoeveelheid wapentuig en mondvoorraad. Chanzy wilde te Alemjon zijn leger weder verzamelen, doch de Duitschers vervolgden hem hardnekkig en bezetten ook deze stad, hij moest den tocht naar het noorden opgeven en week met zijn tot de helft verminderd leger achter de rivier de Mayenne terug.

In het noorden hadden de Duitschers reeds, zooals wij vermeldden, Amiens en Rouen in bezit genomen en drongen zij in verschillende richtingen verder. Zij vonden bijna overal verzet bij de bevolking, die hetzij uit de huizen, hetzij in kleine gewapende benden vereenigd

Sluiten