Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

millioen franken. In den nacht tusschen 26 en 27 Januari hield te

twaalf uren het kanonvuur voor Parijs op.

Na het sluiten van den wapenstilstand deelde Pavre aan Bismarc mede, wat hij tot nog toe verzwegen had, dat de levensvoorraad te Parijs bijna was uitgeput. Van Duitsche zijde werd lnerop dadelijk alle medewerking toegezegd om voor den toevoer te zorgen, er werden ze s levensmiddelen aangeboden; toch kwamen er enkele dagen van angstige spanning voor hen die met den waren toestand bekend waren, toen de herstelling van de spoorweg-verbindingen bleken meer tijd te zullen kosten dan aanvankelijk gedacht werd. Gelukkig vorderden deze werkzaamheden zoo snel, dat de van verschillende zijden ook uit Engeland gezonden levensvoorraad tijdig Parijs bereikte, zoodat het gevaar voor hongersnood

spoedig geweken was. .

De wapenstilstand was gesloten tusschen Bismarck en het voorloopig

bewind te Parijs, zonder medewerking van de delegatie van Bordeaux. De Rijkskanselier had gedurende de onderhandelingen meermalen zijne vrees doen doorschemeren, dat de delegatie van Bordeaux, of liever Gambetta die er de ziel van was, weigeren zoude er zijne goedkeuring aan te hechten, en dat dus het sluiten van den wapenstilstand een vruchtelooze daad zoude zijn. Favre had hierop geantwoord, dat Gambetta een te goed vaderlander was om in omstandigheden, als waarin Frankri] zich thans bevond, een burgeroorlog uit te lokken, maar hij zelf was toch voor de houding van zijnen ambtgenoot niet zonder beduchtheid. Niet ten onrechte, zooals spoedig bleek, want in den brief aan e prefekten waarin Gambetta, als minister van Binnenlandsche Zaken, hun kennis gaf van den gesloten wapenstilstand, werd deze hun voorgeste als een daad van „schuldige lichtvaardigheid" en voorts als een mi e om zich beter voor den oorlog voor te bereiden en om een vergadering te kiezen van welke men kon verwachten, dat zij in geen geval vre e zoude sluiten maar den oorlog tot eiken prijs zoude voortzetten. Ten einde dit laatste te bevorderen, vaardigde Gambetta, geheel eigenmachtig, alleen door zijne twee zwakke ambtgenooten te Bordeaux gesteund, een besluit uit, geheel overeenkomende met de oude Jacobijnsclie leer dat een staatkundige partij, schoon minderheid, geen gewe e ïoe te schromen om zich tot meerderheid te maken.

Volgens dat besluit zouden van de verkiesbaarheid voor de vertegenwoordigende vergaderingen zijn uitgesloten, niet alleen zij die onder het Keizerrijk waren geweest: minister, lid van den Senaat of van den

Sluiten