Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevoelens van menschelijkheid weder boven. Het geheele aantal der gedoode oproerlingen kan, naar de meest geloofwaardige berekeningen, geschat worden op ongeveer 7000 personen, de verdedigers der Commune beweerden evenwel dat het drie- of viermaal grooter was. Het leger verloor gedurende deu strijd in Parijs, aan dooden 83 officieren en 794 soldaten, aan gewonden 430 officieren en 6024 soldaten. Met de vermisten daarbij gerekend, werden ongeveer 7500 man buiten gevecht gesteld.

Nadat, op 28 Mei, geheel Parijs door de regeeringstroepen was bezet, bleef aan de Commune nog als laatste bolwerk het kasteel van Vincennes over. De daar bevelvoerende officier van de burgerwacht, Paltot, weigerde aan den hem gestelden eisch te voldoen om het kasteel aan de regeeringstroepen over te geven, maar trad in onderhandeling met de Duitschers, die krachtens de vredesovereenkomst de forten in de nabijheid nog bezet hielden. Hij wilde zich blijkbaar liever aan hen overgeven dan aan zijne landgenooten. De Duitsche bevelhebber evenwel sloeg elke onderhandeling af en antwoordde zelfs niet op een schriftelijken voorslag die hem werd gedaan. De regeeringstroepen bezetten daarop, den 29en Mei, het kasteel zonder slag of stoot. De roode vlag was toen te Parijs verdwenen en had overal voor de driekleur moeten plaats maken.

Het aantal gevangenen was verbazend groot, meer dan 38 000. De eerste bezendingen gevangenen, die naar Versailles werden gebracht, waar zij in een legerkamp werden bijeengebracht, hadden het zwaar te verantwoorden. Zij konden niet dan met groote inspanning uit de handen van het verbitterde volk gered worden, dat hen beleedigde en mishandelde en, zoo het in zijne macht ware geweest, hen voorzeker gedood zoude hebben. Het treurige maar niet onverklaarbare verschijnsel deed zich voor, dat de gemoedsstemming der bewoners van Parijs en Versailles door de verschrikkelijke gebeurtenissen der laatste maanden zoo sterk geschokt was, dat alle gevoel voor medelijden scheen te zijn verdwenen en dat zelfs de rustigste en zachtzinnigste menschen hunne zelfbeheersching ten eenen male hadden verloren. Ie verontschuldigen was dit niet, maar wel te begrijpen. Niet alleen de gruwelen van den opstand maar ook de omstandigheid dat hij was uitgebroken en voortgezet in het gezicht van den vijand, met wien men juist een vernederenden vrede had gesloten en die de zwijgende toeschouwer was geweest van de schandelijkste wandaden door Iranschen tegen hun

Sluiten