Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

samenwerking van Senaat en Kamer. In de Kamer had de linkerzijde een overwegenden invloed, de vooruitstrevenden in haar midden lieten zich niet onbetuigd en Gambetta deed al het mogelijke om zich als leider aan de meerderheid op te dringen; in den Senaat daarentegen was de meerderheid aan de rechterzijde en trachtte Broglie den grootsten invloed te verkrijgen. Het ministerie kon het dus onmogelijk beide takken van de volksvertegenwoordiging tegelijk naar den zin maken en ondervond dan ook tallooze teleurstellingen, zoodat Dufaure, ontmoedigd door de onvermijdelijke nederlagen, reeds in December 1876 zijn ontslag nam. De President zag zich nu wel gedwongen nog meer links te gaan en droeg aan Jules Simon, het voormalige lid van de regeering van 4 September 1870, de vorming van een ministerie op. Dit ministerie had echter nog korter levensduur. Mac-Mahon en Simon waren geen mannen die op den duur het te samen konden vinden, en de laatste kon er ook niet in slagen om het vertrouwen van de meerderheid in de Kamer te winnen, waar Gambetta, met wien hij sedert het in 1871 te Bordeaux tusschen beide staatslieden voorgevallene (blz. 520) op slechten voet stond, hem voortdurend tegenwerkte en als afvallige van de ware republiekeinsche beginselen verdacht trachtte te maken. Zoo kwam de Minister tusschen twee vuren te staan: de President en de rechterzijde verweten hem dat hij veel te veel toegaf. Gambetta en de linkerzijde daarentegen beschuldigden hem van ontrouw aan zijne beginselen ter wille van den President der Republiek, die, zooals iedereen wist, Gambetta verafschuwde. De verhouding met Mac-Mahon werd nog meer gespannen, toen in Maart 1877, naar aanleiding van door Pius IX in het openbaar uitgesproken klachten over de Italiaausche regeering, de hooge geestelijkheid in frankrijk een beweging voor den Paus op touw zette. Mac-Mahon, trouw zoon der kerk, die zich dagelijks in een streng Katholieke omgeving bewoog, waar de verontwaardiging over de behandeling van den Paus door de Italiaansche regeering zich luide uitsprak, was er in hooge mate over verstoord, dat Simon na een schitterende redevoering van Gambetta, waarbij deze het clericalisme als den vijand had gebrandmerkt en de regeering had verweten dat zij veel te zwak was tegenover den overmoed van den Paus en van de geestelijkheid, zich bij een uitspraak der Kamer had nedergelegd, waarbij deze de regeering uitnoodigde om tegenover de ultramontaansche beweging alle wettelijke middelen aan te wenden, die haar ten dienste stonden. Te meer was Mac-Mahon hierover geërgerd, omdat in de rede,

Sluiten