Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moeielijkheden, vooral die met Duitschland, met groote voorzichtigheid had weten uit den weg te ruimen. In het ministene-Dufaure was e portefeuille van Buitenlandsche Zaken aan Waddington toevertrouwd,

die de voetstappen van zijnen voorganger in vele opzichten drukte.

Er waren intusschen in Europa zwarte wolken aan den horizon gerezen. De oorlog tusschen Rusland en Turkije die in een later hoofdstuk zijne plaats zal vinden — was geëindigd met een volledige overwinning der Russen, die tot Constantinopel genaderd, te San Stefano aan Turkije een vernederenden vrede hadden opgelegd.

Engeland en Oostenrijk kwamen hiertegen op met de bewering, dat de Oostersche kwestie sedert den vrede van Parijs van 1856 een Euro-

peesche was geworden, die alleen door de groote mogendheden gezamenlijk kon worden beslist. Toen Bismarck zich bij hen aansloot, was Rusland wel genoodzaakt om in een herziening van het gesloten vredesverdrag op een congres der groote mogendheden te bewilligen. Dit congres werd, in den zomer van 1878, te Berlijn gehouden, dat daardoor door de groote mogendheden als het ware tot het nieuwe middelpunt der Europeesche staatkunde werd verheven. De Fransche regeering aarzelde eenigen tijd over haar besluit om aan dit congres deel te nemen; zij nain ten slotte de uitnoodiging aan, onder voorbehoud dat geen andere zaken zouden worden behandeld dan het vredesverdrag van San Stefano.

De Minister van Buitenlandsche Zaken ging zelf naar Berlijn om zijn land te vertegenwoordigen; door zijne verzoenende en kalme houding wist hij Frankrijk's aanzien in Europa, dat sedert den oorlog van 1870 sterk achteruit was gegaan, weder te doen rijzen en aan zijn land de plaats onder de groote mogendheden, waarop het recht had, op waardige wijze te verzekeren.

Ook op stoffelijk gebied toonde Frankrijk aan de wereld, dat het de rampen, die het getroffen hadden, te boven was gekomen. In den zomer van 1878 had er in Parijs een wereldtentoonstelling plaats. De regeering en de stad Parijs hadden alles in het werk gesteld om aan deze tentoonstelling den meesten luister bij te zetten. De feestelijke opening had plaats in tegenwoordigheid van verschillende vorstelijke personen;

zij was een triumf voor de Fransche natie, en voor Mac-Mahon een der laatste schoone dagen van zijn presidentschap.

De maarschalk toch ging meer en meer gebukt onder het onhoudbare £*££»

van zijne stelling; alles wees er op dat de republiekeinsche denkbeelden

Sluiten