Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de uitvoering betreft. Engeland en Oostenrijk waren de twee mogendheden wier wensclien hierbij het meest vervuld werden. Italië had zich voorgesteld dat de gelegenheid zich zoude voordoen om ook iets uit den Turkschen boedel te kapen, bijvoorbeeld Tunis, of wel dat Oostenrijk, nu het Bosnië en Herzegowina verkreeg, iets van zijne half Italiaansche gewesten zoude willen afstaan. Toen de Italiaansche gevolmachtigde zag, dat dergelijke buiten de eigenlijke roeping van het Congres liggende plannen nergens ondersteuning vonden, hield hij die wijselijk voor zich en schaarde hij zich bij de vertegenwoordigers der westersche mogendheden. Frankrijk bepaalde zich tot een zeer bescheiden rol, kwam vooral voor de belangen van Griekenland op, dat ter elfder ure nog aan den oorlog tegen Turkije had deelgenomen en te Berlijn met schoone toezeggingen werd gepaaid, en werkte tot alles mede wat een vredelievende oplossing kon bevorderen.

Duitschland eindelijk vervulde de rol door de toenmalige dagbladpers aangeduid als die vau den eerlijken makelaar; het trachtte zooveel mogelijk de strijdende belangen te verzoenen, zonder Rusland te ontzien, dat zich nog altijd in de vroegere beschermende verhouding tegenover Pruisen dacht en derhalve zijne verstoordheid over de zelfstandige staatkunde van het Duitsche rijk niet altijd kon verbergen.

De landkaart van het Balkanschiereiland, die uit de handen der Berlijnsche onderhandelaars ten slotte te voorschijn kwam, toonde zeer groote afwijkingen van de bestaande. De veranderingen ten opzichte van Rumenië hebben wij reeds vermeld. Bosnië en Herzegowina werden onder het bestuur van Oostenrijk gesteld, nadat de Oostenrijksche gevolmachtigde de noodzakelijkheid hiervan had betoogd en de Engelsche gevolmachtigde dit had gesteund met de bewering, dat de verhoudingen in deze gewesten van dien aard waren dat de Porte niet in staat was er de orde te handhaven en dit alleen te verwachten was van een groote mogendheid. Niettegenstaande het verzet van de Turksche gezanten werd Oostenrijk daarop door alle mogendheden met het bezetten van Bosnië en Herzegowina belast. De Oostenrijk-Hongaarsche regeering wenschte dezen vorm, omdat zij zich zoodoende tegenover den tegenstand dien deze inbezitneming vooral bij hare Hongaarsche en Slavische onderdanen zoude ontmoeten, op een Europeesche lastgeving kon beroepen. Servië en Montenegro ontvingen voordeeüge grensregelingen, maar zeer afwijkende van die van het verdrag van San Stefano. Servië bleef van de zee afgesloten. Montenegro kreeg een haven aan de Adriatische zee,

Sluiten