Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook de overige stadhouders volgden liet voorbeeld van Antigonus; Seleucus, Ptolemaeüs en Lysimachus namen van nu af den titel van koningen aan. Cassander hoorde insgelijks zeer gaarne, dat men hem koning noemde, ofschoon hij met het oog op de Macedoniërs aarzelde zelf van dien titel zich te bedienen.

De laatste stap tol vernietiging van het wereldrijk van Alexander den Grooten was hiermede gedaan. De verschillende veldheeren hadden zich door liet aannemen van den koninklijken titel tot onafhankelijke gebieders verheven; zij hadden het wereldrijk onder elkander verdeeld. Slechts één hunner, de grijze Antigonus, gaf de hoop nog niet op om het geheele gebied. hetwelk Alexander eenmaal beheerscht had, onder zijn schepler te vereenigen, dit was van nu af het doel van zijn streven. Met een sterk leger trok hij in den nazomer van 30G naar Egypte, terwijl Demetrius met zijne vloot van de zeezijde den aanval ondersteunen zou.

Het jaar was reeds te ver verstreken, toen de veroveringstocht ondernomen werd. De vloot van Demetrius werd vreeselijk geteisterd door allerhevigste stormen, hij verloor een groot aantal zijner schepen en was, in weerwil van de uiterste krachtsinspanning, niet in staat eene landing te bewerkstelligen. Antigonus moest dus terugkeeren, nadat hij met zijn leger reeds in de nabijheid van Pelusium gekomen was. Zonder eene nederlaag ondergaan te hebben, was zijne macht toch gefnuikt en Ptolemaeüs had recht om schitterende overwinningsfeesten te vieren.

De onvermoeide Demetrius moest in het volgende jaar 305 een nieuwen krijgstocht ondernemen. Deze tocht gold het eiland Rhodus, welks macht sinds eene reeks van jaren door voordeelige handelsverbintenissen in buitengewone mate gestegen was. De Rhodiërs hadden te midden van het woeden der oorlogsstormen hunne vrijheid weten te bewaren; opdat hun handel geene schade zou lijden, hadden zij alle veldheeren van Alexander vriendelijk behandeld. Met Ptolemaeüs van Egypte stonden zij in de beste verstandhouding, dewijl juist hun handel op Egypte hun de grootste voordeelen afwierp. Antigonus verlangde van hen. dat zij alle verkeer met Egyple zouden afbreken; de Rhodiërs weigerden dit, maar zij zochten door allerlei vleierijen — zij richtten zoowel voor Antigonus als voor Demetrius zelf standbeelden op —den toorn der machtige vorsten te bezweren.

Door zulke middelen was Antigonus niet te vangen; hij eischic, dat de vloot van Demetrius in de havens van Rhodus toegelaten worden zou. Hierdoor zou de onafhankelijkheid van het eiland verloren zijn gegaan, de Rhodiërs gehoorzaamden dus ook niet, maar besloten, uit alle macht hunne vrijheid te verdedigen. Demetrius zeilde aan het hoofd zijner vloot naar Rhodus. hij belegerde de hoofdstad van het eiland en riep de vernuftigst uitgedachte werktuigen te hulp om de muren omver te werpen, maar al de dapperheid zijner soldaten, al de kracht zijner kunstige werktuigen waren ten eenenmale vruchteloos.

Rij deze belegering ontwikkelde Demetrius zulk een veelzijdig talent, dal zijn roem als stedendwinger hierdoor nog verhoogd werd. Hij begon door mijnen de muren te ondergraven, maar ook dit was vergeefsch, want de verdedigers legden tegenmijnen aan en meer dan één jaar verliep, zonder dat Demetrius de stad overmeesteren kon.

Hij wanhoopte er bijna aan, dat dil hem ooit gelukken zou, toen inden zomer van 304 het dringend aanzoek van de zijde der Atheners tot hem gebracht werd, om naar Griekenland te komen, dewijl Cassander hunne stad belegerde. Dit aanzoek om hulp was hem niet onwelkom, want liet verschafte hem eene gunstige gelegenheid om een eervollen vrede te sluiten De Rhodiërs waren als knappe kooplieden hiertoe oogen blik kei ij k bereid. Demetrius waarborgde hun de onafhankelijkheid hunner regeering, zij bleven bevrijd van alle bezetting en ontvingen het recht om in den oorlog onzijdig te blijven.

Sluiten