Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van zijn rijk le maken. Zijne hoop werd op de schromelijkste wijze teleurgesteld. Op weg naar Athene ontmoette hij een Atheensch schip met gezanten van dien staal aan boord; van hen ontving hij eene mededeeling, die hij in elk ander geval als ongerijmd ver van zich zou geworpen hebben. °i)e Alheners deelden hem mede, dat zij in dit hachelijk tijdsgewricht geen der elkander vijandige vorsten in hunne stad wilden opnemen. Zij verzochten dus Demetrius zijne reis naar hunne stad niet voort te zetten, en voegden er bij, dat zij zijne gemalin Deidamia reeds naar Megara gebracht hadden.

Deze onverwachte boodschap bracht Demetrius bijna geheel van zijn stuk "Dal heb ik niet aan Athene verdiend!" riep hij uit. Wel dacht hij no«- een oogenblik er aan, naar Attica te zeilen om de ondankbare stad met geweld van wapenen te veroveren, maar even spoedig liet hij dit denkbeeld weer varen • alleen eischte hij, dat men aan de afdeelingen van zijne vloot, die nog inden Piraeüs lagen, verlof zou schenken om ongehinderd weg te zeilen, en°dit verzoek werd door de gezanten toegestaan.

Dezelfde behandeling als van de Alheners ondervond Demetrius ook van de overige Grieksclie steden, aan welke hij eenmaal de vrijheid teruggeschonken had. Corinthe, Megara met meer andere punten in Hellas en den Peloponnesus waren door zijne troepen bezet; hij zette dus koers naar den Isthmus. Maar het bericht van de nederlaag bij Ipsus was hem sinds lang vooruitgesneld. Cassanders troepen weiden overal met blijdschap ingehaald; de democratische staatsinstellingen, door Demetrius in het leven geroepen, werden door de oli garchen omvergeworpen, bijna geheel Hellas, bijna de gansche Peloponnesus verjoeg de bezettingen van Demetrius en deze hield eindelijk niets dan Corinthe en Megara over.

Maar nog altijd bezat hij zijne vloot; van haar besloot hij gebruik te maken om Lysimachus, den koning van Thracië, te bestrijden. Nooit verloor Demetrius den moed; hoe zwaarder de slagen waren, waarmede het lot hem trof, des te fierder hief hij het hoofd omhoog. Hij zeilde naar de oevers van den Hellespont en overvielen verwoestte de Thracische kustlanden; onnoemelijke schatten werden door den slouten avonturier buit gemaakt; zijn leger groeide met den dag aan, want met de schatten, die hij op zijne tochten alszeeroover buit maakte, kon hij de geldzuchtige huurtroepen tot zich lokken, dewijl hii hen rijkelijk betaalde. Terwijl Demetrius aan de Thracische kusten vocht, was het bondgenootschap der vier koningen tegen Antigonus reeds weer te niet gegaan.

De groote macht van Seleucus, die het onmetelijke Aziatische rijk beheerschte, maakte den naijver van Ptolemaeüs en Lysimachus gaande. De laatste vreesde, Klein-Azië weer te zullen verliezen, en meende dat hij zich derhalve des te nauwer met Ptolemaeüs verbinden moest, ten einde in geval van nood met dezen vereenigd den strijd tegen Seleucus te kunnen ondernemen. Hij nam Arsinoë, de dochter van Ptolemaeüs, tot vrouw.

Seleucus zag met bezorgdheid, hoe de macht der beide andere vorsten door dit verbond verstrekt werd, en duchtte een aanval van zijne mededingers naar de heerschappij over Azië. Geen beteren bondgenoot kon hij vinden dan Demetrius, die door zijne talrijke vloot de gevaarlijkste vijand voor den Egvptischen handel en voor de Thracische kuststeden was. Hij wendde zich diensvolgens tot dezen en deed aanzoek om de hand zijner dochter Stratonice. Demetrius met het bondgenootschap van den machtigen koning van Azië zeer in zijn schik! zeilde met zijne dochter naar Syrië; thans kon bij plannen voor nieuwe veroveringstochten vormen. Het eerste land. waarheen hij zijne blikken richtte, was Cilicië; hier verjoeg hij Pleistarchus en maakte zich van het overschot der door Alexander verzamelde schatten meester.

De oude sluwe Ptolemaeüs zag zeer goed in, hoe gevaarlijk de verbintenis tusschen Demetrius en Seleucus voor hem worden kon; de eerste kon door zijne vloot den Egvptischen handel vernietigen, de laatste met zijn leger hem te land bestoken. Ptolemaeüs achtte het dus in zijn belang, het verbond inet Lysi-

Sluiten