Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij werd volksleeraar. Op zijne wandelingen deelde hij zijn onderricht mee. Hij verzamelde eenige jeugdige vrienden rondom zich, met wie hij over allerlei onderwerpen sprak, die hij naar hunne denkbeelden vroeg en door die vragen zelf weer onderrichtte. Schertsend placht hij nu en dan te zeggen, dat hij in geestelijken zin het bedrijf uitoefende, dat zijne moeder — eene vroedvrouw — vroeger uitgeoefend had, daar hij de geboorte van denkl)eelden bij de jongelingen bespoedigde. De eigenaardige wijze van onderricht, door Socrates hel eerst in praktijk gebracht, wordt nog heden ten dage dikwijls de Socratische leerwijze genoemd. In onderscheiding van de overige wijsgeeren meende Socrates niet de bovenzinnelijke en verborgen krachten der natuur te moeten uitvorschen; hij meende, dat zulk een onderzoek slechts weinig vrucht voor het leven afwierp, doch dat het van het hoogste belang was, den mensch zelf tot bet voorwerp van zijn onderzoek te stellen, de grondregels der zedenkunde op te sporen en deze op bet leven toe te passen. De zinspreuk, die boven den ingang van den Delphischen tempel stond, »Ken u zelf," was ook de levensspreuk van dezen wijsgeer. Meermalen verklaarde Socrates, dat hij zijn hoogsten roem er in stelde, te weten, dat hij niets wist en dat hij beter was dan de overige menschen. dewijl hij bekende dat hij niet wijs was, terwijl zij even weinig wisten als hij. doch niet wisten dat zij zóó onwetend waren.

Socrates dacht er niet aan, een nieuw wijsgeerig stelsel te scheppen. Het eenig doel van al zijn streven was, zijne leerlingen tot denken aan te sporen, bij wilde hen niet geleerd maar deugdzaam maken. Met zijne frissche, degelijke leerwijze, met zijne geestige, dikwijls bijtende scherts wist hij de jonge mannen, die hem naderden, te betooveren. Van verre en van nabij stroomden de leerlingen tot hem, zij beminden hun grooten leermeester met eene afgodische vereering. Euclides van Megara zette zelfs zijn leven op het spel om het onderricht des wijsgeers te kunnen genieten; want toen de Atheners den burgers van Megara op strafte des doods verboden hadden, den voet op Attisch grondgebied te zetten, kwam Euclides toch bij nacht in vrouwenkleederen naar Athene, om eenige uren bij Socrates te kunnen doorbrengen; met bet aanbreken van den dag keerde hij dan naar zijne vaderstad terug. Anlislhenes, die in den Piraeüs woonde, legde een langen weg naar de stad af. om de lessen van den wijsgeer te hooren.

Vele mannen, die later bijzonder beroemd zijn geworden, behoorden tot de leerlingen van Socrates o. a. Alcibiades, de beruchte tyran Critias, Xenophon de geschiedschrijver, Plato, Aristippus en Antisthenes, de beroemde opvolgers van den wijsgeer. Belangwekkend is eene anecdote, die ons mededeelt, op welke wijze Socrates met Xenophon in kennis is gekomen. Hij ontmoette dezen eens op straat en werd door de schoonheid van den jongen man getroffen. Om een gesprek aan te knoopen, vroeg hij vriendelijk of Xenophon ook wist, waar men meel verkocht. Na een toestemmend antwoord ontvangen te hebben, vroeg de wijsgeer verder: «maar weet gij ook, waar men wijsheid en deugd verkrijgen kan?" Xenophon was door de zonderlinge vraag zeer verras'; Socrates liet hem geen tijd om te antwoorden. «Volg mij," zeide hij vriendelijk, »ik zal het u wijzen." Xenophon volgde hem en werd een der trouwste leerlingen, een der grootste vereerders van den wijsgeer.

Socrates heef) geene geschriften nagelaten; alles wat wij van hem weten berust op aanteekeningen. welke zijne leerlingen Aeschines, Xenophon en Plato gemaakt hebben. Doch juist ten gevolge van deze omstandigheid zijn wij niet zeker, dat de door deze schrijvers opgeteekende leerstellingen werkelijk van Socrates afkomstig zijn. Op meer dan ééne plaats hebben zij ongetwijfeld hunne eigene gedachten hun leermeester in den mond gelegd.

Door zijne belanglooze werkzaamheid, waaraan hij zich toewijdde zonder ooit eenig voordeel te beoogen, verwierf Socrates zich te Athene een uitgebreiden kring van vrienden en vereerders; doch te gelijk verwijderde hij vele invloedrijke mannen van zich, ja hij maakte hen tot zijne vijanden, dewijl hij

Sluiten