Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lieid in het beeld eener Helena verwezenlijken zou; die jonkvrouw, aan wie Zeuxis den prijs der schoonheid had toegekend, werd door de dichters bezongen.

Zóó leende zich zelfs de kunst er toe 0111 de zedeloosheid der Grieken te bevorderen. De hetaeren waren grootendeels vrije Ionische vrouwen, dienaar Athene gingen, om daar haar winstgevend beroep uit te oefenen, of ook wel dochters van Metoeken en slavinnen. De dochters der Atheensche burgers leenden zicli hiertoe niet, ofschoon de weelde en daarmede het zedenbederf ook in de vrouwenvertrekken was doorgedrongen.

Wel leefden de vrouwen nog altijd in afzondering, maar ze namen locli aan de verkwisting der mannen deel; gelijk dezen liet eenvoudige witte oppeikleed, vroeger het kleedingstuk van rijken zoowel als van armen, voor een purperen gewaad geruild hadden, zoo spreidden ook zij in hare kleeding de grootst mogelijke pronk en praal ten toon. De kostbaarste tooi was voor de vrouwen der rijken nauwelijks kostbaar genoeg. Zij zalfden zich met de duurste welriekende oliën en beschilderden zich met blanketsel, waan ooi fabelachtig klinkende sommen besteed werden. Eene bijzondere en zeer kostbare liefhebberij der vrouwen was de zuelit om zeldzame >ogels te bezitten, men verhaalt, dat dikwijls de meest preutsche vrouw hare gunstbewijzen voor

een prachtigen vogel verkocht.

De veranderde leefwijze zoowel der mannen als der vrouwen moest op de opvoeding der kinderen en op de zeden der jongelingen den nadeeligsten invloed uitoefenen. Hadden voorheen de zonen der Atheners hun lichaam door gymnastische oefeningen, hun geest door degelijke wetenschappelijke studiën" ontwikkeld, thans trachtten zij nog wel in de scholen der soplnsten hun geest te beschaven, maar het gymnasium bezochten zij niet meer; zij hadden niet langer behoefte aan lichaamskracht, want huurlingen streden voor hen in het veld. In plaats der oude wedspelen voerden zij dansen uit, waarbij men zeer veel hield van onkuische gebaren. Dat zij 111 elk opzicht hoe langer zoo meer verwijfd werden, bleek ook uit het karakter der muziek, die nog wel in alle standen met vlijt beoefend werd, maar de kracht van vorige dagen miste. Reeds als knapen bezoedelden zij hunne onschuld, als jongelingen verkwistten zij hun eigen vermogen of dat hunner ouders, door deel te nemen aan prachtige feesten, door het aanschaften van kostbare kleederen en dure paarden of door het onderhoud van de onverzadelijke hetaeren, die hare liefde sléchts voor onnoemelijke sommen veil hadden. Bij zulke uitspattingen mnaen hunne geestes- en lichaamskrachten vroeg verloren; doch nog meer droeg de onnatuurlijke liefde der mannen en jongelingen voor schoone knapen, waarvoor men op de meest schaamtelooze wijze in het openbaai uit wam, en die te Athene en bijna in geheel Griekenland eene algemeen verbreide zonde was, tot de ontaarding van het geheele geslacht het hare bij.

Sluiten