Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oni den aftocht der Albanen te zien, want Tullus vreesde dat liet daardoor

ontmoedigd zou worden.

De vijanden hadden het woord des konings opgevangen en verstaan; zij meenden, dat de Alhanen ontrouw waren geworden en dal dezen hun in den rug zouden vallen, daarom trokken zij zelf nu terug. Tullus snelde hen met zijn leger achterna, en versloeg niet alleen hen maar evenzeer de Vejenten; eene schitterende overwinning was de vrucht van dit moedig voorwaarts dringen der Romeinen. Thans voerde ook Mettius I' ul'etius zijn leger naai de vlakte, hij hielp de vluchtelingen vervolgen en wensclite den koning geluk met de behaalde zegepraal. Tullus sprak vriendelijk met de Albanen, als had hij niets van hun verraderlijk opzet bemerkt. Hij betuigde hun zijn dank en gaf tevens bevel, dal de beide legers den volgenden dag, gelijk dit de gewoonte was, een plechtig offer zouden brengen, waarmee eene monstering van al de troepen gepaard zou gaan en waarbij zij ongewapend moesten verschijnen.

Zóó geschiedde het. . .

De Albanen kwamen zonder wapens, doch de Romeinen hadden ïunne zwaarden onder hunne kleederen verborgen, en omsingelden nu met hunne krijgsbenden die der Alhanen. Tullus sprak tot het leger: «Romeinen, zoo gij ooit reden hadl om in een oorlog den onslerfelijken goden en uwer eigen dapperheid dankbaar te zijn, dan was het gisteren, want gij hadt niet alleen met den vijand, maar ook met het verraad en de trouweloosheid uwer bond"enooten te kampen. Thans wil ik een einde maken aan uw waan; niet op mijn hevel, maar uit verraad hebben de Albanen zich teruggetrokken; maarniet alle Albanen zijn schuldig, zij hebben slechts hun aanvoerder gehoorzaamd, gelijk hun plicht was; Mettius Fufetius alleen is de verrader, gelijk hij de aanstoker van dezen geheelen oorlog is. Moge in het vervolg een ander een dergelijk stuk wagen, wanneer ik thans niet aan hem een waarschuwend voorbeeld stel.

° Met deze woorden beval hij zijnen Romeinen, Mettius Fufetius te grijpen. De ongewapende Albanen konden zich hiertegen niet verzetten, zwijgend hoorden zij des konings rede aan. Deze vervolgde: «Mettius Fufetius, gelijk gij met uwe ziel half aan Fidenae en half aan Rome toebehoord hebt, zoo zal ook uw lichaam in tweeën gescheurd worden." Hij gaf bevel, dat op staanden voet twee vierspannen zouden worden voorgebracht en dat de verrader aan beide zou vastgebonden worden. Hierop joeg men de paarden in tegenovergestelde richtingen voort; elk span sleepte van het verscheurde lijk een gedeelte met zich mede. Rillend wendden de toeschouwers de oogen van het afschuwelijk schouwspel at.

Dat was, gelijk Livius zegt, het eerste en laatste voorbeeld van een uoor de Romeinen uitgevoerde doodstraf, waarbij de wetten der menschehjkheid

overtreden werden.

Terwijl liet doodvonnis aan den verrader voltrokken werd. waren er Romeinsche ruiters naar Alba Longa gezonden. Zij hadden in last om de bevolking der stad naar Rome over te voeren; het voetvolk volgde hen om de stad te slechten. Een onheilspellend zwijgen, eene stomme smart heerschte in Alba Longa; de inwoners snelden radeloos door de straten van het eene huis naar het andere, om voor het laatst nog eens hunne vaderstad te aanschouwen. Eindelijk moesten zij toch weg, want de Romeinsche soidaten begonnen de huizen omver te halen. Het eene na het andere stortte in puin; alleen de temnels bleven op bevel des konings onbeschadigd.

De Albanen zagen zich te Rome den Coelischen berg tot hunne woonplaats aangewezen. Om hen met hun toestand te verzoenen, werden de hooiden hunner aanzienlijke geslachten onder de patriciërs opgenomen. De koning gaf hun een gewijd gebouw lot raadhuis, hetwelk nog in later tijd het liostilische raadhuis genoemd werd. Zoo wies Rome ten gevolge van Alba Longa s ondergang: het getal zijner burgers werd verdubbeld.

Tullus Hostilius bleef met onversaagde dapperheid zijn volk aanvoeren; deels op de Sabijnen, deels op de Latijnen en Etruscen behaalde hij menige

Sluiten