Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

centuriata, waarin liet vermogen den maatstaf van de voorrechten der leden uitmaakte. Alle burgers werden geschat en in vijf klassen verdeeld. De eerste klasse omvatte allen, die meer dan 100.000 asses (/'3 a 4000) bezaten, voor de tweede werd een vermogen van ten minste 75,000 asses, voor de derde van 50,000 asses, voor de vierde van 25.000 asses. voor de vijfde van 12,500 asses vereischt. Die burgers, welke minder dan 12,500 asses bezaten, maakten de massa der proletariërs, d. i. derzulken uil, die den staat alleen dooi hun proles. door hunne nakomelingschap van dienst konden zijn. Zij werden ook capite censi genoemd, d. i. zij, die alleen naar hun hoofd (niet volgens het vermogen) geschat werden. Uit de eerste klassen werden tóchjig, uit or tweede-,-derde en vierde elk twintig, uit de vijfde dertig afdeelingen (eentuiien ••evormd; de proTëiarïers maakten te zamen slechts eene centurie uit. Dewijl het aantal vaifTïën! die te zamen eene centurie vormden steeds afnam, hoe hooier de klasse was, en daar voortaan in de volksvergaderingen melde stemmen der burgers hoofd voor hoofd, maar de stemmen der centurien geteld werden, — de meerderheid in den boezem eener centurie bepaalde de stem, door dit lichaam uit te brengen — zoo was de invloed, door de burgers uitgeoefend, afhankelijk van hun vermogen. Behalve de 171 centurien, die wij zoo even vermeldden, riep Servius Tullius nog 18 riddercenturiën m het leven, omtrent welke wij niet weten volgens welken maatstaf hun vermogen geschat werd en buitendien twee centurien van timmerlieden en twee van hoornblazers en trompetters voor den krijgsdienst; de achttien riddercenturiën voegde hij bij die der eerste klasse, de vier andere bij die der vierde klasse. Het totaal van alle centuriën bedroeg dus 193. , „,

Het is duidelijk, dat de arislöccalie bij deze indeeling, niettegenstaande het vermogen tot maatstaf gekozen was, toch voortdurend den grootsten invlocv behield. De centuriën der eerste klasse maakten met de riddercenlunen jeed> de meerderheid uit en daar de patriciërs de grootste grondbezitters en de rijkste lieden in den jeugdigen staat waren, bleven zij natuurlijk ook de hoogste machl in den staat bezitten, al moesten zij die ook hier en daar met de rijk

geworden plebejers deelen.

ltet beginsel, reeds door Solon te Alhene toegepast, dat de rechten en plichten der burgers tot elkaar in juiste verhouding moeten staan, werd dooi deze verdeeling ook te Rome tot den grondslag der staatsregeling gemaakt. Niet alleen het bedrag der te betalen belasting, maar ook de verplichting to. den krijgsdienst werd volgens den- maatstaf der centuriën vastgesteld. De leden der riddercenturiën moesten zich op eigen kosten de duijrsle uitrusting verschaffen. De burgers der eersle klasse trokken als zwaargewapende!! mei den helm, het ronde schild, het pantser, de beenschilden, de lans en het zwaan Ie velde; die der tweede klasse hadden geen pantser, maar waren overigen? gewapend als die der eerste. Zoo was de wapening minder zwaar en kostbaar , naarmate men tot eene lagere klasse behoorde, en dit was eene zaak van vee, heteekenis, dewijl elke Romein zich zelf de wapens moest aanschaften, waarmee hij ten strijde trok. Gedurende langen tijd waren de proletariërs van den krijgsdienst vrij, slechls een deel hunner moest als reservemanschap zonder wapenen met liet leger mee uittrekken, ten einde eerst, wanneer de nood aai. den man kwam, de plaats der gesneuvelden in te nemen en hunne wapenen te gebruiken. De centuriën, die voor de volksvergaderingen in liet leven geroepen waren, vormden ook de afdeelingen des legers. In den boezem der verschillende klassen waren de centuriën volgens den ouderdom verdeeld; de burgers die boven de zes en veertig jaren oud waren, maakten de centurien der ouderen rit, welke alleen tot verdediging van de stad gebruikt werden, terwiji de jongeren verplicht waren om te velde te trekken.

Om aan de geheele staatsregeling eene godsdienstige wijding te schenken, vereenigde Servius Tullius na voleindigde schatting het volk tol een plechtig offerfeest. Deze gewoonte bleef ook in het vervolg in zwang bij elke nieuwe

Sluiten