Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

handelen gekomen: omringd door eene bende gewapenden begal liij zich naar hel Forum; hier plaatsle hij zich op den koninklijken zetel en liet de patriciërs voor koning Tarquinius ontbieden. Zij verzamelden zich rondom hem, Tarquinius sprak hun toe, schimpte op zijn schoonvader en diens lage geboorte, noemde hem een vriend van het laagste gepeupel, die alle lasten op de schouders der aanzienlijke burgers schoof en alleen met dit doel den census ingevoerd had.

Servius Tullius, die, van het voorgevallene onderricht, zich in aller ijl naar het senaatsgebouw begeven had , viel hem in de rede. «Met welk eene onbeschaamheid waagt gij het, Tarquinius," — riep hij uit «terwijl ik nog in levén ben, de patriciërs te roepen en u op mijn zetel te plaatsen? Hoonend antwoordde de ander: »Ik zit op mijns vaders zetel. Met veel meer recht dan gij. slavenkind, mag ik, de koningszoon, mij als erfgenaam van den troon beschouwen; lang genoeg hebt gij met vermetelen trots den voet op den nek uwer meesters gezet."

Een woest geschreeuw van de zijde der patriciërs begroette deze rede. Tarquinius, hierdoor aangemoedigd, greep den grijzen Servius en sleepte hein langs de trap van het senaatsgebouw naar beneden, naar de markt. De dienaren van den koning namen de vlucht; slechts enkelen boden den ouden inan, die reeds door den val bewusteloos was, hun bijstand; zij wilden hem naar zijn buis begeleiden, doch nauwelijks hadden zij het eind van de Cyprische straat bereikt, of zij werden ingehaald door handlangers van Tarquinius, die den grijzen koning vermoordden.

Zoodra Tullia hoorde wat er gebeurd was, begaf zij zich terstond opbaar wagen naar het Forum. Zij was de eerste, die baar echtgenoot als koning begroette. Toen zij, naar hare woning terugkeerende, aan het eind van de Cyprische straat kwam. wilde de sidderende wagenmenner niet doorrijden; hij hield de teugels in, terwijl hij zijne meesteres huiverend het lijk van den vermoorden Servius wees, hetwelk voor de paarden op den grond lag. Maar Tullia beval hem, door te rijden, zij joeg bet span over haars vaders lijk heen; bet bloed, dat den wagen bespatte, bracht zij haren huisgoden ten offer.

Servius Tullius had U jaren, van 378 tol 534 v. C. geregeerd; zijn roem. zegt Livius, werd nog hierdoor verhoogd, dat bij de laatste wettige en rechtmatige koning was. ..

Lucius Tarquinius besteeg den met bloed bezoedelden ti'oon. uetijk tig door eene misdaad zich daarop verheven had, zoo ontsierde hij dien ook gedurende zijne volgende regeering door tyranieke maatregelen, welke hem den doodelijken haat van het Romeinsche volk op den hals haalden. De bijnaam Superbus, de trotschaard of, volgens anderen, de wreedaard, legt hiervan reeds een krachtig getuigenis af. Om hel gevoelen van den senaat bekommerde hij zich nooit, het volk onderdrukte hij door zware belastingen, die niet alleen door de plebejers, maar evenzeer door de patriciërs moesten opgebracht worden; alle voorrechten door Servius Tullius den plebejers geschonken, ontnam hij hun weder; hij regeerde in alle opzichten slechts naar zijn eigen welbehagen. Op de onbeschaamdste wijze schond hij de wet; wee den man, die door zijn rijkdom de begeerlijkheid des konings gaande maakte, hij werd op de onrechtvaardigste wijze veroordeeld en verbannen of zelfs vermoord. Ten einde zijn despotisch bewind ongestoord le kunnen voortzetten, omringde bij zich mei eene lijfwacht en sloot hij verbintenissen met de vorsten der Latijnen, onder welke Mamilius Octavius, de vorst van Tusculum, een der aanzienlijksten was. Dezen gaf bij zijne dochter tot vrouw. Even willekeurig en wreed als bij de burgers van Home behandelde, gedroeg hij zich ook tegeno\er de met hem verbonden Latijnsche steden, welke hij tot afhankelijke onderdanen van Rome trachtte te maken. Hiertoe nam hij beurtelings de toevlucht tot hsl en tol geweld. Als een dapper en bekwaam veldheer wist hij door eene reek* van overwinningen de heerschappij van Rome wijd en zijd uit te breiden.

Wij gaan de door Tarquinius gevoerde oorlogen met stilzwijgen voorbij.

Streckfuss. II. ®

Sluiten