Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den grondslag van geheel hel latere Romeinsche recht uitmaakten. Toch is ons daarvan het een en ander bekend. Zij strekten voornamelijk om een einde te maken aan de volkomen afzondering der patriciërs van de plebejers, gelijk die tot dusver bestaan had. Voortaan zouden de patriciërs niet. gelijk tol heden, uitsluitend voor een patricische, de plebejers daarentegen voor eene plebejische rechtbank te recht gesteld worden: het uitspreken van doodvonnissen zou in het vervolg alleen aan de centuriën-vergaderingen opgedragen worden. De comilia tributa ontvingen een geheel ander karakter, de patriciërs werden in de tribus opgenomen en daardoor stemgerechtigde leden der tribus-vergaderingen. Toch verloren dezen daarom haar plebejisch karakter niet. daar de besluiten hier bij hoofdelijke stemming genomen werden en de plebejers steeds de meerderheid hadden. Het overwicht, hetwelk de rijken en aanzienlijken tot hiertoe in de centuriën-vergaderingen bezeten hadden, werd waarschijnlijk insgelijks door de wetgeving der decemviri vernietigd.

Elke tribus moest voorlaan uil tien centuriën bestaan, twee van elke klasse, eene der ouderen en eene der jongeren. Alleen in den boezem der afzonderlijke tribus bezaten de hoogere standen nog een voorrecht, dewijl de rijke burgers, wier aantal veel geringer was dan dat der armen, te zamen afzonderlijke centuriën vormden. Zij oefenden dus door hunne stemmen een even grooten invloed uit als de veel talrijker arme burgers. De scheiding deiplebejers van de patriciërs, door de wet op de echtverbintenissen, bleef wel bij de wetgeving der decemviri nog voortbestaan, doch na korten tijd werd ook het verbod om gemengde huwelijken te sluiten opgeheven. Behalve deze veranderingen, door de decemviri in de staatsregeling aangebracht, bevatte de wet der 12 tafelen nog bepalingen omtrent het strafrecht, den eigendom, omtrent het gebruik van openbare wegen enz., die daarom vooral van belang waren, dat zij evenzeer voor plebejers als voor praticiërs golden.

NEGENTIENDE HOOFDSTUK.

Veranderingen in de wetgeving De wetsvoordracht van Canulqus. Krijg9tribunen met consulaire macht. De censoren. I)e hongersnood. Maelius vermoord. Aangloeiende macht der plebejers. De oorlog tegen Veji. De soldij ingevoerd. Aftapping van het Albaansehe meer. Marcus Furius Camillus. Verovering van Veji. Camillus en de schoolmeester van Falerii.

Na het herstel van den vrede werden te Rome de oude staatsambten weder ingevoerd; de consuls werden gekozen en het was voor de plebejei* geen gering voordeel, dat de keus op twee vrijzinnige mannen viel, op die beide patriciërs, die zich zoo dapper tegen Appius Claudius verzet hadden, namelijk Lucius Valerius en Marcus Horalius. Zij wisten den adel nog tol het verleenen van meer dan eene concessie over te halen. Eene der eerste bestond hierin, dat de quaestors niet langer door de consuls maar door bet volk in de tribusvergaderingen zouden gekozen worden.

De beide consuls riepen eene reeks van wetten in liet le\en. die alle eene voor de plebejers gunstige strekking hadden. De belangrijkste dezei wetten bepaalde, dat in het vervolg de besluiten der tribusvergaderingen verplichtend zouden zijn voor bet geheele volk. Hierdoor begonnen de tubuscomitiën eene werkdadige rol in het staatsleven der Romeinen te spelen. thans konden zij een zelfstandigen en krachtigen invloed daarop uitoefenen.

Sluiten