Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maelius op eigen gezag en kosten; hij kocht groote hoeveelheden koren op en verdeelde dit. hetzij om niet, hetzij tegen lagen prys onder de armen; hierdoor maakte hij zich bij het volk geliefden bij den adel gevreesd

Met wantrouwen zagen de Patriciërs het aan, hoe Maelius met ellun dag in de gunst des volks hooger steeg. Hoe licht kon liet dezen in liet hoof, komen, de hieruit voortvloeiende macht te misbruiken. Toen ook in het volgende jaar 439 de hongersnood voortduurde en Maelius voortging met de armen te spijzigen, trad Minucius eensklaps voor den senaat op met de aanklacht. dat Maelius in zijn huis wapenen verzameld had, dat de plebejers daar nachtelijke bijeenkomsten hielden en "> het geheim samenspanden om hun beschermer de koninklijke waardigheid op te dragen.

De senaat wist niets beter te doen tot afwending van zulk een gevaar, dan een dictator te benoemen. Zijne keus viel op den meer dan tachtigjarigen grijsaard Lucius Quintius Cincinnalus, die tot beden in de strengste afzondering geleefd had, dewijl hij zich met vereenigen kon met de voorrechten, den laa-^eboren burgers in de ure des gevaars verleend.

Cincinnalus nam de dictatuur aan- Hij luid besloten door een geweldigen maatregel alle gevaar af te wenden, hetwdk den staat van den kant van Maelius bedreigen kon. Hij benoemde Gajus Servilius Abala tot zijn magistei equitum, bezette op zekeren nacht met gewapenden het Forum het den volgenden morgen het volk te zamen roepen en gaf, terwijl hij zelf op den rechterstoel plaats nam, zijn magister equitum bevel om Maelius voor zijn zetel te brengen. De plebejer was niet onkundig van de aanklacht, die tegen hem ingebracht zou worden, hij had alle reden om van de zijde van Cincinnalus voor een partijdig vonnis beducht te z>jn en stelde zich dus onder bescherming des volks. Servilius Abala rukte aan het hoofd van eene gewapende bende jongelingen, die allen tot patricische geslachten behoorden tegen het volk op, baande zich een weg door de menigte en zoo gelukte het hem. Maelius te grijpen, doch in plaats van hem in hechtenis te nemen, vermoordde hij hem. Hij deelde den dictator mede wat hij verricht had met de vvooiden. dat de oproerling zijn verdiend loon had ontvangen.

Cincinnalus prees hem en riep uit: »Gij hebt welgedaan, uvv heldenmoed beeft de vrijheid van den staal gered." De dictator ging m z.jne lage wraakzucht jegens Maelius zoo ver. dat hij het huis van den vermoorde onder de voet liet halen, terwijl ter eere van den lagen aanklager Minucius een stand-

Deze daad van geweld moest wel onder het volk een ernstig misnoegen doeu ontstaan, hetwelk alleen door nieuwe inwilligingen van de zijde der patriciërs kon gestild worden. In het jaar 434 werd eene wet uitgevaardigd, welke de macht der censors zeer bepeikte dooi de bepaling, dat slechts om de 5 jaren censors zouden benoemd worden, die hun ambt /2 jaar zouden bekleeden, zoodat dienvolgens hunne plaatsen gedurende 3/2 jaar onbezet blijven zouden. Van nog meer gewicht was de maatregel, waarbij het „etal der quaestoren in hel jaar 421 op vier gebracht werd. Den quaestoren was — gelijk wij reeds meedeelden, — het beheer van de staatskas toevertrouwd. In liet jaar 409 werden voor de eerste maal drie plebejers tot quaestoren benoemd; dit voorval was daarom zoo belangrijk dewijl hel de gewoonte was uil de quaestoren den senaat aan te vullen. Deze overwinning werd in he jaar 400 door eene nog grootere zegepraal der plebejeis gevolgd, toen werd voor de eerste maal één hunner lot krijgstnbuun met consulaire macht benoemd. Van nu af aan werden bijna jaarlijks eenige van deze hooge overheidspersonen uit de plebejers verkozen. Na een bijna vijfenvijftigjarigen strijd hadden zij zich ten slotte werkelijk in het bezit der hun toegezegde

voorrechten gesteld. . . . . . ,,

De partnlwisten, waarvan wij liier onzen lezers een vluchtig overzicht

schonken, waren niet - evenals de vroegere - eene ramp voor den slaat.

Sluiten