is toegevoegd aan je favorieten.

De geschiedenis der wereld, aan het volk verhaald

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deze voldoening werd hun geweigerd, de Romeinen benoemden zelfs voor het jaar 390 de drie Fabii tot krijgstribunen. Om wraak te nemen voor zulk eene beleediging rukten de Galliërs tegen Rome op. Zonder een anderen volksstam te beoorlogen, trokken zij onophoudelijk op de Romeisehe grenzen aan. De trotsche Fabii verachtten den barbaarschen vijand zóó diep. dat zij het nauwelijks noodig achtten, maatregelen van tegenweer te nemen. De stad werd niet versterkt en toen zij aan het hoold van een leger den Galliërs te gemoet trokken, droegen zij niet eenmaal zorg dat zij ingeval van nood veilig konden terugtrekken.

Aan de Allia, een riviertje, dat in den Tiber uitloopt, op een afstand van niet meer dan drie geographische mijlen van de poorten van Rome, hadden de Galliërs zich gelegerd. Hier kwam het den 18cn Juli 390 tot een slag. Met onstuimig geweld, het bliksemend zwaard in de vuist, stortten de Galliërs zich als razenden op de Romeinen. Zij wierpen dezen bij den eersten schok overhoop en eer het tol een werkelijken slag kwam, was het Romeinsche leger reeds overwonnen.

In ordeloozë vlucht verstrooiden zich de krijgsbenden; het grootste deel hunner vluchtte over den Tiber naar Veji, het kleinste gedeelte keerde in aller ijl naar Rome terug. De Galliërs waren zelf verbaasd over hunne plotselinge zegepraal, die hun zoo weinig moeite gekost had. Langzaam trokken zij naar Rome, tegen den avond van den volgenden dag kwamen zij voor de stad aan; zij vonden deze geheel van verdedigers ontbloot en de poorten zelfs open. Toen het bericht van de geduchte nederlaag aan de Allia te Rome verbreid werd, maakte zich een onuitsprekelijke schrik van de geheele bevolking meester. De stad te verdedigen was eene volslagen onmogelijkheid; men had gebrek aan alles, vooral aan levensmiddelen. Men wilde ten minste het capitool redden, derwaarts trok al de weerbare manschap, de overige bevolking verspreidde zich in den omtrek. Slechts tachtig der oudste senatoren wilden hunne vaderstad niet verlaten, zij konden niet besluiten, haar ondergang te overleven. Gekleed in hun kostbaarst prachtgewaad plaatsten zij zich op hunne elpenbeenen zetels in de voorportalen hunner huizen, die voor het grootste deel op het Forum lagen, en wachtten hier den vijand af.

Eindelijk drongen de Galliërs de stad binnen; aanvankelijk gingen zij voorzichtig voorwaarts; elk oogenblik vreesden zij overvallen te zullen worden; doch toen zij alle straten doodsch en ledig vonden, drongen zij de verlaten huizen binnen om die uit te plunderen, vervolgens verzamelden zij zich opnieuw en rukten naar het Forum. Hier trof hen een zonderling schouwspel; zij ontwaarden die in de voorportalen hunner huizen zittende grijsaards, welke zij om hun kostbaar gewaad en om den ernst en de waardigheid hunner houding voor godenbeelden aanzagen. Een tijd lang staarden de Galliërs vol verbazing stilzwijgend de eerwaardige gedaanten aan, totdat een hunner aarzelend nadertrad en den langen witten baard van een der senatoren, Marcus Papirius, streelde. Een heftige slag, dien hij met den elpenbeenen staf des grijsaards op het hoofd ontving, leerde hem, dat hij geen levenloos godenbeeld voor zich had. In zijne woede sliet hij den grijsaard neder en nadat deze vermoord was werden ook de overigen, lot den laatste toe, gedood.

Thans verstrooiden de Galliërs zich door het overige gedeelte der stad; zij staken de huizen in brand, na die te hebben uitgeplunderd. Na eenige dagen poogden zij den burg stormenderhand te bemachtigen. Toen zij dapper werden afgeslagen, beslolen zij, het beleg om het Capitool le slaan; de honger zou eindelijk de verdedigers wel lol de overgave dwingen.

Terwijl de bezetting van hel Capitool allengs den geringen voorraad levensmiddelen verteerde, waren de Romeinen buiten de stad niet werkeloos. Camillus, die naar Ardea gevlucht was, wist het volk te bewegen om onder zijne aanvoering eene stroopende bende der Galliërs aan te tasten en het gelukte hem, de overwinning te behalen. Ook de Romeinen, die naar Veji gevlucht