Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

af te smeeken. De senaat stond dit verzoek echter niet toe. Slechts een wapenstilstand voor den tijd van een jaar werd gesloten. Terstond hierop ontbrandde de oorlog opnieuw; Quintus Fabius Rullianus, die lot consul verkozen was, voerde dien met zeer gelukkigen uitslag.

Hoe dikwijls de Samnieten ook geslagen waren, toch verloren zij nooit den moed; zij zetten den strijd voor hunne vrijheid met onwrikbare volharding voort. In het jaar 321 hadden zij het geluk een veldheer aan hun hoofd te zien, die hen met evenveel beleid als heldenmoed aanvoerde. Gajus Pontius, de zoon van Herennius, behaalde weldra eene schitterende overwinning Door eene lijn gesponnen list wist hij de consuls Spurius Postumius en Titus \iturius te verschalken; hij bracht hen namelijk in den waan, dat hij de belangrijke Apulische stad Luceria belegerde, terwijl zijn leger inderdaad bij de Samnielische stad Caudium stond.

Hij had alle mogelijke voorzorgen genomen, opdat de consuls niets van zijne nabijheid zouden bespeuren; tien zijner soldaten zond hij achtereenvolgens als herders verkleed uit, met het bevel zich door de Romeinen te lalen°"evangen nemen. Allen verhaalden eenstemmig, dat de geheele Samnietische krijgsmacht voor Luceria in Apulië lag en dat deze stad zich weldra zou moeten overgeven.

Het was voor de Romeinen van het hoogste belang, Luceria te ontzetten. De consuls snelden de stad derhalve te hulp en kozen daartoe den naasten weg, dien, welke door de Caudinisclie bergpassen voerde, en waarde Romeinen reeds eenmaal in dreigend gevaar hadden verkeerd (zie blz. I88i.

Volgens de beschrijving van Livius bestond de weg, welken de Romeinen moesten volgen, uit twee nauwe, diepe, dichtbegroeide passen, die door eene rechts en links voortloopende bergketen met elkaar verbonden waren. Tusschen deze beide bergketens lag in hel midden eene vlakte van tamelijke uitgestrektheid. Om die vlakte te bereiken, moest men den voorsten pas dóórtrekken en dan ót langs denzelfden weg terugkeeren, óf, indien men verder wilde gaan, door den tweeden, nog smaller en lastiger pas voorwaarts dringen.

Toen de Romeinen langs den eersten hollen weg in de vlakte waren afgedaald, en nu op den volgenden bergpas aanrukten, zagen zij dezen door eene versperring ontoegankelijk gemaakt; geduchte rotsblokken vulden den weg. Nauwelijks begrepen zij, dat hier eene list des vijands in het spel was, of zij ontdekten op de omliggende hoogten gewapende mannen. In aller ijl wilden zij terugkeeren, doch thans zagen zij zich ook den toegang tot den eersten pas door eene ijlings opgeworpen versperring en door gewapenden ontzegd.

Zij waren gevangen, gelijk een vogel in een knip, en met ontzetting zagen de consuls dat het leger verloren was. De schrik verlamde de leden der anders zoo dappere mannen, want uit deze gevangenis voerde geen enkele weg. De soldalen waren niet in staat de steile bergen te beklimmen, en met een handvol volks konden de Samnieten de beide passen tegen een geheel leger verdedigen. Slechts ééne kans op redding bestond er; men moest met de vijanden in onderhandeling treden. Pontius had zijn doel spoediger en meer volkomen bereikt dan hij zelf zich had durven voorstellen. Hij hield met zijne onderbevelhebbers een krijgsraad, maar het onverwachte van het door hen behaalde voordeel bracht hen in verwarring, men besloot dus, dal Pontius zijn wijzen vader, den ouden Herennius, door middel van een brief vragen zou, wat dezen den Samnieten aanried.

Herennius had zich sedert lang van het oorlogstooneel teruggetrokken; doch zijne helderheid van geest en scherpzinnigheid waren niet verzwakt. Hij gaf den bode, door zijn zoon hem toegezonden, den raad, dat Pontius de Romeinen moest laten aftrekken zonder hun één haar te krenken. Zulk een raad kwam den bevelhebber zóó vreemd voor, dat deze denzelfden bode nog eens naar zijn vader zond. Thans ried de grijsaard aan, alle Romeinen tot

Sluiten