Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat zij openlijk verklaarden, dat zij hem de dochter van den beul ten huwelijk wilden geven; aan andere jonkvrouwen viel voor den despoot niet te denken. Dionysius vergat die beleediging niet, maar nain er later vreeselijk wraak over.

Wat hem in Rhegium mislukt was, beproefde hij nogmaals in de naburige stad Locri; ook bier kreeg Dionysius van een voornaam burger Aristides, nadat hij do hand van diens dochter gevraagd bad, het bescheid, dat hij hel meisje liever dood dan in de armen eens tyrans zou zien; uit wraak liet de smadelijk bejegende Dionysius de zonen van Aristides ombrengen.

Een ander burger van Locri, Xenetus, die niet den republikeinschen trots van Aristides bezat, nam het aanbod van Dionysius voor zijne dochter Doris aan. Een met gouden en zilveren sieraden rijk uitgedost oorlogsschip zeilde van Syracuse naar Locri, om de schoone bruid af te halen. Op denzelfden dag, waarop het prachtige schip weer naar Syracuse terugkeerde, bracht een met vier koninklijke schimmels bespannen en prachtig getooide wagen eene bevallige Syracusaansche jonkvrouw, Aristomache.de zuster van Dion, naar liet buis van Dionysius. Met beide bruiden vierde de tyran een schitterend bruiloftsfeest, waaraan alle burgers en krijgslieden der stad deel namen. Beide bruiden behandelde hij even vriendelijk, de eene was voortaan evenzeer zijne vrouw als de andere en beiden aten met hem aan denzelfden disch. De Syracusanen meenden, dal hij Aristomache meer dan Doris liefhad, bij liet het intusschen niet blijken, want beide vrouwen behandelde hij met evenveel goedheid.

Doris schonk hem later drie kinderen, van welke het oudste een zoon was, die zijn vader als Dionysius II in de waardigheid van tyran opvolgde.

Alle toebereidselen tot den krijg waren gemaakt, hulptroepen waren aangeworven en een machtig leger stond onder de wapenen. Voor het eerst na verloop van een langen tijd, hield Dionysius weer eene volksvergadering, waarin hij het volk bekend maakte, dat de oorlog met Carthago spoedig zou uitbarsten; wat bij verwacht had gebeurde: de burgers gaven door een luid gejuich hunne goedkeuring te kennen en besloten tot den krijg.

Het leger van Syracuse trok op tegen de Carthaagsche steden op Sicilië, nu kon het wraak nemen voor de wreedheid, waarmede de Carthagers de bevolking van Selinus, Himera en Agrigentum behandeld hadden. Het vijandelijk gebied werd deerlijk verwoest, de bewoners werden met vrouwen en kinderen meedoogenloos vermoord, alleen diegenen werden door de woedende krijgslieden gespaard, die wegens hunne lichaamskracht als slaven konden verkocht worden en zoodoende nog eenige winst konden opleveren. De Grieken hielden niet minder wreed huis, dan vroeger de Semieten.

Was in bet eerste jaar het krijgsgeluk den Syracusanen gunstig geweest, spoedig keerde de kans, toen Himilco aan het hootd van een machtig leger van meer dan 100,000 man op Sicilië verscheen. De steden, die de Carthagers verloren hadden, werden heroverd, de Carthaagsche vloot behaalde eene schitterende overwinning op die van Syracuse en Dionysius werd genoodzaakt naar zijne hoofdstad terug te keeren. De vijand volgde hem op den voet, sloeg het beleg voor de stad en bracht haar zeer in het nauw, terwijl de vloot van Himilco de haven blokkeerde.

De val van Dionysius scheen onvermijdelijk. Niet alleen het sterker leger der Carthagers, ook het volk in de stad, welks gunstige gezindheid jegens hem maar van korten duur was geweest, dreigde hem met een wissen ondergang. Den met lauweren gekroonden overwinnaar konden de burgers de dwingelandij, waaraan hij zich had schuldig gemaakt, vergeven, den oversvonneling echter niet.

Dionysius moest, wellicht tegen wil en dank, eene volksvergadering beleggen, waarin een aanzienlijk burger, met name Theodorus, optrad en den tyran in heftige bewoordingen aanviel. Theodorus schilderde met onloochenbaar ware kleuren zijn wreed en willekeurig bestuur, gaf den Syracusanen te verstaan,

Streckfuss. II. 15

Sluiten