is toegevoegd aan je favorieten.

De geschiedenis der wereld, aan het volk verhaald

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werd liet slachtoffer van deze lijngesponnen list; hij zond den gewaanden Agathocles zijne moordenaars achterna, die den slaaf in het donker dan ook vermoordden, maar den waren Agathocles ongemoeid lieten. Waarschijnlijk nam hij naar eene der Carthaagsche steden op Sicilië de vlucht, om daar bescherming en bijstand te vinden. Slechts voor een korten tijd waren de oligarchen uit Syracuse verdreven; spoedig zagen zij zich weer de gelegenheid geopend om terug te keeren en zich van liet bewind meester te maken. Door tusschenkomst van den Carthaagschen veldheer Hamilcar wist ook Agathocles zich opnieuw den toegang tot Syracuse te ontsluiten; hij werd met andere ballingen in zijne rechten hersteld.

In eene volksvergadering zwoer Agathocles, inet de ééne hand op hel altaar en de andere op het standbeeld der godin Demeter, een plechtigen eed, dat hij voortaan een goed burger van Syracuse en een gehoorzaam onderdaan van den staat zou zijn. Hij sprak schijnbaar zóó oprecht, dat de oligarchen hem geloofden, dat ook het volk hem vertrouwde en hem, op aanbeveling van Hamilcar, tot veldheer benoemde.

Nauwelijks zag Agathocles zich aan het hoofd eener hem trouw verknochte huurbende, ol hij deed deze in liet Timoleontion onder de wapenen komen; hierop riep hij twee leden van den senaat en een veertigtal oligarchen tot zich, onder voorwendsel dat hij met hen over dienstzaken spreken moest. Zoodra hij deze mannen in zijne macht had, wendde hij zich tot zijne soldaten en deelde hij hun mede. dat de oligarchen eene samenzwering tegen zijn leven hadden beraamd. Een kreet van woede, door de huurlingen geslaakt, leverde hem het bewijs, dat hij zich op hen kon verlaten en toen hij hun nu bevel gaf om de moordenaars op staanden voet neder te houwen en zich vervolgens naar Syracuse te begeven, ten einde daar alle senatoren van kant te maken; toen hij bij dit bevel liet verlof voegde om naar welgevallen in de stad te moorden en te plun \ren, toen stormden de huurtroepen met een kreet van helsche vreugde op de ongelukkige stad los, de senatoren werden met vele duizenden aanzienlijke en rijke burgers vermoord.

Syracuse was gedurende twee volle dagen de weerlooze prooi der wreede moordenaars. Als wilde dieren hielden deze huis. Zij doodden de mannen en verkrachtten de vrouwen. Eindelijk maakte Agathocles aan het bloedbad een einde. Enkele rijke burgers waren nog gespaard; deze liet hij gevangen nemen en een deel hunner, die hij als zijne vijanden beschouwde, vermoorden, terwijl hij de overigen in ballingschap zond. Meer dan 0000 Syracusanen werden na die jammertooneelen uit Syracuse verbannen, terwijl i-000 burgers vermoord waren. Onmiddellijk na hel bloedbad riep Agathocles eene volksvergadering bijeen; sidderend van vrees kwam het volk bij elkaar. Van de enkele meer gegoede burgers, die aan dood of ballingschap ontkomen waren, verscheen niemand; alleen de helle des volks was naar de vergaderplaats gestroomd. Agathocles begroette de vergadering met gelukwenschen over de op zoo schitterende wijze tot stand gebrachte omwenteling, waardoor de stad van de oligarchische tyrannen was gezuiverd; te gelijker tijd kondigde hij aan, dat het volk van Syracuse voortaan de grootst mogelijke vrijheid zou genieten. Ten bewijze van de oprechtheid dezer belofte, wierp hij den veldheersmantel af, met de verklaring, dat hij in het vervolg als een gewoon burger in den schoot des volks wilde leven. Hiermede echter waren zijne huurlingen niet gediend; zij hadden een aanvoerder noodig en eischten op onstuimigen toon, dat Agathocles zich opnieuw met het opperbevel belasten zou. In den beginne weigerde deze, eindelijk verklaarde hij er zich toe bereid, doch onder voorwaarde. dat hem eene volstrekte oppermacht zou geschonken worden, zonder dat hij óf door een senaat óf door naast hem aangestelde bevelhebbers in zijne vrijheid beperkt zou zijn. Dit geschiedde. De volksvergadering bekleedde hem onder algemeene toejuiching met eene onbeperkte macht.

Zoo maakte Agathocles, nauwelijks 22 jaren nadat Timoleon aan het