Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Onder het schetleien der trompetten en het gejuich der soldaten werd de geheele vloot verbrand.

Het was een stoute, doch geniale greep; thans hadden de krijgslieden slechts ééne keus: overwinnen of sterven. Agathocles voerde hen terstond door de welvarende en vruchtbare landstreek naar de naastbijgelegen Carthaagsche stad. Zonder veel moeite nam hij haar stormerhand in. daar de Afrikaansche steden door de Carthagers ontmanteld waren. De woeste benden vonden hier een onnoemlijken buil en trokken vervolgens op de stad Tunes los, die insgelijks bij den eersten storm bezweek. Hier sloeg Agathocles eene versterkte legerplaats op, want hij begreep zeer goed, dat hij een zwaren strijd met de Carthagers te voeren zou hebben.

Te Carthago werd in aller ijl een talrijk leger op de been gebracht; tot ongeluk voor de stad werd zij juist in dien tijd door burgertwisten verscheurd; twee invloedrijke familiën maakten beide aanspraak op de heerschappij en hierdoor konden de Carthagers niet tot eensgezindheid komen. In plaats van aan één bekwamen aanvoerder het opperbevel over het leger toe te vertrouwen, benoemden zij er twee, een uit elke der vijandige familiën, Hanno en Bomilcar; zoowel de een als de ander zou een leger van 40.000 man aanvoeren tegen de Syracusanen. die slechts 14.000 man sterk waren.

Waarschijnlijk zou de overmacht der Carthagers hun de zegepraal verschalt hebben, waarschijnlijk zou Agathocles met al zijne dapperheid, met al zijn veldheerstalent niet tegen een driemaal sterker leger opgewassen zijn geweest, indien het geluk hem niet begunstigd had. In het gevecht, dat weldra ontbrandde, sneuvelde Hanno en liet Bomilcar zich met opzet slaan; hij meende dat de nood, die ten gevolge van den verloren slag binnen Carthago ontstaan zou, liet volk wel zou dwingen om hem tot alleenheerscher le verheffen.

Agathocles behaalde eene schitterende zegepraal, liet geheele vijandelijke kamp viel hem in handen; hier vond hij een groot aantal handboeien, welke de Carthagers bestemd hadden om daarmede de gevangenen geboeid naar de hoofdstad te voeren, doch die thans door Agathocles tot hetzelfde doel voorde Carthaagsche gevangenen werden gebezigd.

Bomilcar keerde naar Carthago terug. De senaat durfde hem niet ter verantwoording roepen, hij wilde het vuur van den burgerkrijg niet binnen de muren der hoofdstad zelf ontsteken; Agathocles was thans in aller oog de gevaarlijkste vijand. In dezen tijd van nood brachten de Carthagers hun god Moloch die kinderoffers, waarvan wij vroeger reeds melding maakten; men verhaalt, dat toen niet minder dan 500 kinderen dien god ten offer zijn gebracht.

Terwijl Agalholes in Afrika zegevierend streed, hadden zijne troepen ook binnen Syracuse eene luisterrijke overwinning bevochten. Hamilcar, de Carthaagsche veldheer, die een deel van zijn leger naar Afrika had moeten zenden, werd bij een aanval op Syracuse niet alleen krachtig teruggeslagen, maar zelf gevangen genomen. Voor het begin van den slag was hem voorspeld, dat hij nog aan den avond van denzelfden dag te Syracuse den maaltijd gebruiken zou. Dit gebeurde ook, doch dewijl hij gehoopt had, Syracuse als overwinnaar binnen te trekken, werd hij als gevangene binnen hare muren gevoerd. Antander stelde hem in de handen der bloedverwanten van de gesneuvelde krijgslieden. De Carthaagsche veldheer werd geboeid door de straten der stad gesleept en vervolgens onder onuitsprekelijke folteringen door de wraakgierige burgers vermoord. Zijn hoofd werd van den romp gehouwen en als zegeteeken aan Agathocles naar Afrika overgezonden.

Al was de geheele landstreek rondom Carthago een lichte buit der Syracusanen geworden, toch zag Agathocles zeer goed in, dat hij nog op verre na geene veilige stelling in Afrika bezat, dewijl Carthago machtig genoeg was om nieuwe legers in de plaats van de verslagene in het veld te brengen. Wilde hij den oorlog met goeden uitslag voortzetten, dan had hij eene grootere

Sluiten