Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Üour zulk eene wreedheid joeg Agathocles den Sicilianen opnieuw schrik aan. De hem vijandige steden sloten zich nauwer aan elkaar en streden, onder aanvoering van Dinocrates, met goed gevolg tegen den wreedaard. Agathocles begreep, dat hij niet te gelijker tijd met de Carthagers en met de Sicihaansche grooten oorlog kon voeren, hij sloot met de eersten daarom vrede, waarbij hij hun al hunne vroegere bezittingen op Sicilië teruggaf en zich daarvoor zelfs borg stelde. Hiervoor ontving hij eene aanzienlijke som in geld en een grooten voorraad koren tot onderhoud van zijn leger. Vervolgens keerde hij zich tegen de oproerige steden en behaalde hij op haar eene schitterende zegepraal.

Dinocrates, die hel leger der bondgenooten aanvoerde, werd, waarschijnlijk ten gevolge van verraad, door dezen veldheer zelf gepleegd, geheel verslagen. Zijn leger werd verstrooid. Een deel hunner — 4000 of volgens andere berichten 7000 man — gaf zich op voorwaarde van vrijen aftocht aan den overwinnaar over. Doch nauwelijks hadden de soldaten hunne wapens uitgeleverd, of Agathocles liet hen door zijn leger omsingelen en tot den laatsten man nederhouwen; waarschijnlijk geschiedde dit op verzjek van den verrader Dinocrates, die zich op deze wijze van de gevaarlijkste zijner vroegere aanhangers wilde ontslaan.

Terstond 11a den slag verzoende Dinocrates zich met Agathocles; de laatste, die anders gewoon was, al zijne vijanden en gevaarlijkste vrienden uit den weg te ruimen, sloot een verbond van vriendschap met Dinocrates. die voortaan zijn trouwste aanhanger bleef.

Door deze zegepraal zag Agathocles zich weer in het volle bezit der heerschappij over Syracuse hersteld, terwijl hij ook op Sicilië eene uitgestrekte macht bezat, liet behoort niet tot onze taak. hem stap voor stap op zijn verderen levensweg te volgen; zijne latere krijgsverrichtingen, zijne oorlogen met de Ilaliaansclie steden, met de Bruttiërs en met het eiland Corcyra hebben op den gang der wereldgeschiedenis geen belangrijken invloed uitgeoefend. \V ij kunnen dit alles dus niet in bijzonderheden verhalen en vermelden alleen, dat hij ook aan de Italiaansche kust meer dan ééne stad aan zijne heerschappij onderwierp en dat hij zijne macht door verbintenissen met buitenlandsche vorsten bevestigde. Zulk een verbond sloot hij met Demetrius Poliorcetes en met den jongen Pyrrhus van Epirus, wien hij zijne dochter Lanassa ter vrouw gaf. In het volle bezit van eene onbeperkte macht, van kracht en gezondheid, bereikte hij den hoogen leeftijd van tweeënzeventig jaren.

Ook als grijsaard hield hij zich nog met verreikende plannen bezig. Juist stond hij in het jaar 289 op het punt om een nieuwe expeditie naar Afrika uit te rusten, — 200 groote oorlogschepen zouden bemand worden, om opnieuw de Carthagers te bestrijden — toen de uitvoering van dit stoute plan verhinderd werd door eene ziekte, die den grijzen koning aantaste.

Agathocles bereidde zich tot sterven en bepaalde, dat zijn zoon Agathocles hem als regent opvolgen zou, doch deze wensch zou niet vervuld worden. De kleinzoon van den tyran, Archagathus, de zoon van den in Afrika vermoorden Archagathus, besloot den dood zijns vaders te wreken en zich zelf op den troon te plaatsen. Bij gelegenheid van een gastmaal vermoordde deze zijn oom, den jongen Agathocles, en eindelijk zond hij ook een moordenaar tegen zijn grootvader af. Maenon, een voormalig burger van Segesta, diende hem bereidvaardig als werktuig zijner wraak.

Maenon stond bij Agathocles in hooge gunst; dikwijls inoest bij den tyran aan tafel bedienen; bet vertrouwen, door zijn meester in hem gesteld, misbruikte hij om zijn plan uit te voeren. Diodorus verhaalt ons:

"De koning was gewoon, na den maaltijd altijd de tanden met een penneschacht te reinigen. Op zekeren tijd, terwijl hij van tafel opstond, vroeg hij Maenon om de penneschacht. Deze reikte hem eene met invretend vergil bestreken schacht toe. Zonder iets kwaads te vermoeden maakte de koning

Sluiten