Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ik dezen jongeling, die de fakkel is waardoor een nieuwe oorlog wordt ontstoken. Men moet hem niet alleen uitleveren tot verzoening voor de gepleegde trouwbreuk, neen! indien niemand die uitlevering verlangde, dan moest men hem naar de uitersle punt van het zeestrand voeren en hem overbrengen naar eene plaats, van waar zijn naam niet langer in ons oor dringen en nooit meer de rust van den staat verstoren kan. Ik stem er voor, dat men terstond een gezantschap naar Rome zende om den senaat voldoening te schenken."

Al waren ook vele senatoren geneigd om zich naar Hanno s wensch te schikken, de meerderheid behoorde ditmaal toch tot de oorlogspartij. De senaat weigerde den Romeinen de verlangde voldoening; Hannibal zette de belegering van Saguntnm door.

Na eene verdediging, waarbij de Saguntijnen eene zóó schitterende dapperheid ten toon spreidden, als ooit door de burgers eener belegerde stad betoond is. moest de stad zich eindelijk overgeven. Zij had behouden kunnen worden, indien de Romeinen aan hun plicht als bondgenooten getrouw, haar te hulp waren gekomen en een leger tot haar ontzet afgezonden hadden. Maar zij lieten den kostelijken tijd ongebruikt en vergenoegden zich met liet zenden van een gezantschap, dat onverrichter zake terugkeerde, terwijl Hannibal met onvergelijkelijke kracht de belegering doorzette en eindelijk Saguntum stormerderhand veroverde. Een rijke buit, die na het ombrengen van de meeste manlijke inwoners vermeesterd werd, was het loon der overwinnaars. Hannibal zond een gedeelte daarvan naar Carthago en hierdoor werden de hebzuchtige kooplieden, die de bovendrijvende partij in den staat uitmaakten, zóó krijgszuchtig gestemd, dat van nu af niemand meer van verzoening met Rome wilde weten.

Nog eens verschenen na den ondergang van Saguntum Romeinsche gezanten te Carthago; nog eens eischten zij voldoening, de uitlevering van Hannibal en van die senatoren, die in de legerplaats des veldheers bij de bestorming tegenwoordig waren geweest. De senaat was echter volstrekt niet geneigd tot inwilliging van die eischen. Er werden lange onderhandelingen gevoerd. De Romeinsche gezant werd eindelijk die nuttelooze vertoogen moede; hij hiel zijn opperkleed in de hoogte, en riep, terwijl hij het te zamen greep en schudde: «Hier brengen wij u vrede of oorlog, neemt wat gij verkiest.' De senaat antwoordde uit de hoogte, dat hij hun mocht geven wat hij wilde. Nu ontplooide de Romein zijn opperkleed en liep: »Dan geef ik u den oorlog. Eenparig antwoordden hem de senatoren, dat zij het geschenk aannamen en den oorlog, gelijk zij dien aangenomen hadden, ook zouden voeren.

Zoo was in de lente van 218 die oorlog verklaard, welke in de geschiedenis den naam van tweeden Punischen oorlog ontvangen heefl.

STRE'-KFUSS. II.

18

Sluiten