Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nieuwe voordeelen behaald en zelfs den burg van Cannae. lot dusver hel hoofdmagazijn der Romeinen, veroverd.

In den aanvang van den zomer van 21f> kwamen de beide consuls o|i hel Apulische oorlogslooneel aan. Zij voerden na hunne vereeniging mei de daar geplaatste Iroepen 80,000 man voetvolk en 6000 ruiters aan, terwijl Hannibals krijgsmacht slechts uit 40,(KR) man voetvolk, doch daarentegen ook ui» 10,000 ruiters bestond.

In weerwil hiervan wenschte Ilannibal de Romeinen tot een veldslag te dwingen, in de eerste plaats, dewijl hij hoopte, in de uitgestrekte Apulische vlakte door de overmacht zijner ruiterij de zegepraal te behalen, in de tweede plaats omdat het. hem hoe langer zoo moeilijker viel, in het gezicht van een veel sterker vijand de noodige levensmiddelen voor zijn leger te verzamelen.

Juist om dezelfde redenen aarzelde Lucius Aemilius Patdus: hij wilde zoo veel mogelijk in de nabijheid van den vijand eene versterkte legerplaats bezet houden, hem daardoor dwingen om af te trekken en bet slagveld over te brengen naar een terrein, dat voor de ruiterij veel minder geschikt was. Paulus sloeg dus aan de rivier den Aufidus tegenover de Carthagers zijn kamp op.

Terentius Varro was van een ander gevoelen. Hij waande zich zeker van de overwinning op den veel zwakkeren vijand. In zijn oog was alle aarzeling lafheid; hij bad besloten zoo spoedig als bij maar kon op den vijand los te gaan. Toenmaals was bij de Romeinen nog de oude gewoonte in zwang, dat de beide consuls om den anderen dag beurtelings de beslissende stem in den krijgsraad hadden. Den 2™ Augustus 216 volgens de oude tijdrekening (volgens den juisten kalender op zekeren dag in de maand Juni) voerde Varro hel opperbevel.

ilannibal kende zijne beide tegenstanders, bij rekende op de onstuimige dapperheid van Varro en de uitkomst beschaamde zijne berekening niet. Toen bij den consul een slag aanbood, nam deze de uitdaging aan.

De Romeinen ondergingen bij Cannae de vreeselijkste nederlaag, welke hen nog ooit getrollen had. Volgens de opgave van Polybius sneuvelden op dien dag 70,000 man, waaronder ook de consul Aemilius Paulus. De meeste aanzienlijke Romeinsche bevelhebbers, een en twintig krijgstribunen en tachtig senatoren werden onder de dooden geteld. Men verhaalt, dat zulk een groot aantal ridders in dien slag gebleven is, dat Hannibal zich in slaat zag een geheelen hoop ringen — het eereteeken der ridders — als buit naar Carthago op te zenden. Ongeveer 10,000 Romeinen werden na afloop van den slag gevangen genomen. De consul Varro bereikte met slechts 70 ruiters de stad Venusia, ongeveer 3000 man voetvolk nam de vlucht naar de naburige steden.

TWEE EN DERTIGSTE HOOFDSTUK.

Gevolgen van den slag bij Cannae. De Romeinen na de nederlaag. Hannibal op het toppunt van zijn geluk. Dood van koning Hiëro van Syracuse. Zijn opvolger Hieronymus. De Romeinsche bondgenooten. Gevechten door de Romeinen in Spanje geleverd. De Scipio's. De oorlog in Italië Claudius Marcellu9. Hannibals winterkwartier in het weelderige Capua. Hanno de Groote in den Carthaagschen senaat. Kleingeestige staatkunde der Carthagers.

Hannibal had na de schilferende overwinning zijne onderbevelhebbers rondom zich verzameld. Allen wenschten hem op blijden toon geluk, want in hunne schatting was de macht van Rome voor goed vernietigd. Een hunner, de aanvoerder der ruiterij Maharbal, spoorde den veldheer aan om

Sluiten