Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIER EN DERTIGSTE HOOFDSTUK.

De oorlog in de jaren 214—212. Afval der Tarentijnen van Rome. Dood van Tiberius Gracchus. Belegering van Capua Hannibal voor de poorten van Rome. Val van Capua. Wraak van Quintus Fiilvius Flacons. De oorlog in de jaren 210—207. Val van Tarente. Dood van Marcus Marcellus. Schaarschte van geld en van koren in Italië. Hasdrubal in Italië Hannibal en Nero. Nederlaag en dood van Hasdrubal. Slago's tocht naar Itajië. Terugkeer van Publius Cornelius Scipio naar Rome Scipio in Afrika. Onderhandelingen over den vrede. Hannibal keert naar Carthago terug. IJe slag bij Zama De vrede.

Reeds vier jaren achtereen had de oorlog in Italië gewoed en nog was niets beslist. Toen het jaar 214 begon hadden noch de Romeinen, noch de Carlhagers op dit oorlogstooneel voordeden van eenig belang behaald. In Noord-Italië stonden drie Romeinsche legioenen, waarvan twee in het land der Kelten waren gelegerd, om daar de rust te bewaren; geheel Beneden-Italië daarentegen, met uitzondering der vestingen en der meeste havens, bevond zich in de macht van Hannibal. De Carthaagsche veldheer zelf stond met zijne hoofdmacht bij Ai pi; Tiberius Gracchus voerde tegenover hem vier legioenen aan, terwijl een tweede Carthaagsch leger onder Ilanno in Bruttië stond.

Het hoofdleger der Romeinen, vier legioenen sterk, werd door de beide consuls Quintus Fabius en Marcus Marcellus tegen Capua aangevoerd; de Romeinen wilden vóór alles deze machtige stad heroveren. Allen, die maar eenigszins in staat waren de wapenen te dragen, hadden zij tot den krijgsdienst opgeroepen, zoodat bij den aanvang van het jaar 214 hun gezamenlijke krijgsmacht, die voor de helft uit Romeinsche burgers bestond, zeker 200,000 man moet bedragen hebben.

Het was voor Rome en zijne bondgcuooten een drukkende last, zulk een leger te onderhouden, terwijl de velden grootendeels braak lagen, of althans door slaven, vrouwen en kinderen slechts gebrekkig bearbeid konden worden. Doch nog zwaarder was de taak, die op Hannibals schouders rustte. De Romeinen waren bij machte om de verliezen in den strijd geleden langzamerhand te herstellen, al kostte dit ook tijd en inspanning van al hunne kracht. Hannibal daarentegen kon op geene vergoeding van de geleden verliezen hopen, wanneer niet Philippus van Macedonië of zijne broeders in Spanje hem hulptroepen zonden. Hierop alleen wachtte hij, hierop bouwde hij zijne plannen voor de toekomst. Hij had besloten, niet langer aanvallenderwijs te werk te gaan en alleen in een hardnekkigen verdedigingskrijg Rome te verzwakken. Wat hij in dit opzicht verrichtte is zoo bewonderenswaardig, dat zelfs de schitterende zegepralen, bij zijn eerste binnendringen in Italië door hem behaald, verre overtroffen worden door het onvergelijkelijk veldheerstalent, waarmede hij vele jaren onder de ongunstigste omstandigheden den oorlog in BenedenItalië voerde. Zoowel de operatiën der Romeinen als die van Hannibal hadden eeniglijk het bezit van Capua ten doel. De laatste voerde zijn leger van Arpi naar Campanië; hij kwam te rechter tijd om de insluiting van Capua te beletten. Daarentegen werden andere Campanische steden door de Romeinen

Sluiten