Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij als met roem gekroond overwinnaar het veroverde land verlaten, om te Rome zijn triumf te vieren.

Hij, de lieveling des volks, de veldheer van beproefde bekwaamheid, was juist de rechte man om aan het hoofd des legers geplaatst te worden en den rampzaligen oorlog tot een goed einde te brengen. Nauwelijks was hij Ie Rome aangekomen, of hij werd voor het volgende jaar tot consul verkozen en aanvaardde dat ambt in het jaar 20o. Reeds sinds lang had ook hij het plan gevormd om Carthago in Afrika te beoorloogen; bij maakte dus van de hem opgedragen macht gebruik om bij den Romeinschen senaat bet voorstel in te dienen, dal deze hem het opperbevel over een naar Afrika bestemd leger toevertrouwen zou. l)e senatoren echter waren niet zoo gunstig jegens den koenen jongen veldheer gestemd als het volk; Scipio was hun te geniaal, hij had de oude zeden en gewoonten der Romeinen laten varen, zijne geheeleleefwijze was op Grieksche leest geschoeid, met fierheid liet hij zijne Grieksche beschaving anderen in de oogen blinken, zonder terughouding gaf hij aan zijne verachting van ce boersche zeden der aanzienlijke Romeinen lucht. Vele senatoren vreesden daarbij zonder twijfel, dat de toen zoo bovenmate doorbel volk gehelde, ja aangebeden veldheer, wanneer hij ook in Afrika nieuwe overwinningen behaalde, hiervan partij zou trekken om zich op een standpunt te plaatsen, dat voor het bestaan van de republiek gevaarlijk was, ja dat bij zelfs de hand naar eene koningskroon uit zou strekken. De senaat aarzelde dus, de plannen van Scipio goed te keuren, en eerst toen deze op ondubbelzinnige wijze dreigde, dat hij zijne plannen hetzij met, hetzij zonder de toestemming van den senaat ten uitvoer brengen zou, door een beroep op het volk te doen, eerst toen bierdoor eene gevaarlijke botsing dreigde te zullen onlstaan, en nadat Scipio met eene wegslepende welsprekendheid de noodzakelijkheid om door een inval in Afrika een eind aan den oorlog te maken, den senatoren voor oogen gesteld had, eerst toen verleende de meerderheid der senatoren hare toestemming.

Scipio ontving den door hem gewenschten last; bij mocht naar Sicilië gaan, om daar den bouw van eene vloot en bet vormeis van een naar Afrika bestemd legercorps te besturen. Binnen 40 dagen lag de vloot zeilree, terwijl een welgeoefend leger was uitgerust. In de lente van 204 stak Scipio met 40 oorlogsschepen en 400 transportschepen, waarop zich een leger van 30,000 man bevond, naar Afrika over. Hij landde gelukkig in de nabijheid van Utica. De Carthagers hadden sinds lang verwacht, dat de Romeinen den oorlog naar Afrika zouden overbrengen. Met hunne gewone trouweloosheid hadden zij een nieuwen bondgenoot weten te winnen in koning Syphax, ofschoon zij daardoor aan den anderen kant een vroegereu bondgenoot, Massinissa, verloren hadden. De laatste werd van zijn grondgebied beroofd en Syphax beloofde uit dankbaarheid hiervoor, dat bij met al zijne strijdkrachten de Carthagers in den oorlog tegen Rome bij zou staan. Volgens de overlevering riep hij een leger van 50,000 man voetvolk en 10,000 ruiters onder de wapenen en vereenigde bij die met het Carthaagsche leger, dat uit 20,000 man voetvolk, 6000 ruiters en 140 olifanten bestond. Met zulk eene macht hoopten zij aan eiken aanval der Romeinen het hoofd te kunnen bieden. Hasdrubal, denzoon van Gisco, den veldheer, die in Spanje niet ongelukkig gestreden had, was het opperbevel toevertrouwd.

Ternauwernood had het gerucht van de landing der Romeinen zich in Afrika verspreid, of Massinissa snelde terstond aan het hoofd eener kleine, hem trouw gebleven krijgsbende naar het kamp van Scipio, om dezen als bondgenoot bij te staan. Hij bracht slechts een klein getal strijders, doch ter vergoeding voor de ontbrekende manschappen zijne persoonlijke bekwaamheid en den invloed aan, dien hij nog altijd in het hem ontroofde land bezat. Tusschen Utica en Carthago sloeg Scipio, na het leveren van enkele gevechten, gedurende den winter van 204 op 203 eene versterkte scheepslegerplaats op.

Sluiten