Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZES EN DERTIGSTE HOOFDSTUK.

Tweede Macedonische oorlog. Goede uitslag van Flamininus* onderhandelingen. Slag bij Cvnocephalae. Vredesonderhandelingen. De vrede. Griekenland door de Romeinen bevrijd. De Komeinsche staatkunde. De vergadering te Corinthe. Terugkeer van I* lamininus.

Het was in den herfst van het jaar 200 v. Chr., dat de consul Publius Sulpicius Galba met zijne beide legioenen, met 1000 Numidische ruiters, welke koning Massinissa hem toegezonden had, en met eenige olifanten bij Apollonia landde. Reeds was het jaargetij ver gevorderd, groote krijgsgebeurtenissen konden er dus in dat jaar niet meer plaats vinden, terwijl de ziekte van den veldheer dit buitendien belette De consul moest zich alzoo tevreden stellen met het doen van krachtige verkenningen en met het sluiten van een verbond met eenige vorsten der in de nabijheid wonende Barbaren, die jegens de Macedoniërs vijandig waren gezind. Pleuratus, de koning van Scodra, behoorde onder anderen tot dit getal. In het volgende voorjaar zou een gemeenschappelijke aanval op Macedonië ondernomen worden.

De Romeinsche vloot, 1H0 schepen sterk, ging terstond lot een krachtigen aanval over. Onder bevel van Gajus Claudius Cento zeilde zij naar Euboea en veroverde zij de stad Chalcis, welke zij echter niet behouden kon, daar zij geen genoegzaam aantal bezettingstroepen mei zich voerde.

Philippus ijlde terstond naar Euboea, hij trof hier echter geen vijand meer aan en besloot derhalve, zich voor de verovering van Chalcis op de Atheners te wreken. Doch tevergeefs spande hij al zijne krachten in om de hoofdstad van Attica stormenderhand in te nemen; eindelijk moest hij terugtrekken, zonder iets te hebben uitgericht. Gajus Claudius en koning Attalus van Pergannim, die van den kant van Aegina in aantocht was, dwongen hem tot den aftocht.

Thans poogde Philippus zich bondgenooten in Griekenland te verwerven, doch ook dit mislukte; ook de Achaeërs, die hem vroeger zoo trouw ter zijde hadden gestaan, vatten voor hem de wapenen niet op, maar bleven onzijdig. Sinds den moord, op Aratus gepleegd, hadden zij alle vertrouwen op den Macedonischen koning verloren. Een tweede aanval, door Philippus tegen Athene ondernomen, mislukte evenzeer; in zijne machtelooze woede wreekte bij zich, door Attica op vreeselijke wijze te verwoesten. Ilij liet de boomen omhouwen en de prachtige tempels, die het land versierden, onder den voet halen.

In het volgende jaar 199 v. Chr. drong Publius Sulpicius Galba. die ook nadat hij het consulaat had neergelegd, als proconsul met bet opperbevel bekleed bleef, in het westelijk gedeelte van Macedonië door; groote voordeelen werden niet door hem behaald, al bleef bij in eenige gevechten van minder beteekenis ook overwinnaar. De consul Publius Villius, die in den herfst in de Romeinsche legerplaats aankwam, was evenmin in staat iets van belang uit te richten; een opstand onder zijne soldaten, van welke 2000 hun ontslag uit den dienst eischten, omdat ze niet vrijwillig, maar gedwongen naar Macedonië gevoerd waren, verlamde zijne kracht. _

Ook de bondgenooten der Romeinen hadden in dit jaar niet gelukkig

Sluiten