Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stelde in het geluk van Rome dan in dat van den Macedoniër, dacht er niet aan zijn gegeven woord gestand te doen; in plaats van zich met Philippus Ie verbinden, sloot hij een verbond met Rome.

Het was een zonderling verbond! De Romeinen waren de bondgenooteu der Achaeërs, welke zich met den tyran Nabis in oorlog bevonden, en te gelijk die van den tyran zelf. Flamininus wist de tweespalt, die hieruit noodzakelijk voortvloeien moest, te doen ophouden, door een wapenstilstand tusschenNabis en de Achaeërs tot stand te brengen.

Het eerste gevolg van het nieuw gesloten verbond was de belegering van Corinthe, welke door de Romeinen en Achaeërs gemeenschappelijk ondernomen werd. De belangrijke stad, de sleutel van den Peloponnesus, was door Rome aan de Achaeërs als prijs voor hel verbond toegezegd. De winter naderde; nog eenmaal waagde Philippus, die alle hoop dat Antiochus hem ter hulp zou komen, opgegeven had, eene poging om een billijken vrede te sluiten. In persoon verscheen hij te Nicaea, om met Flamininus te onderhandelen.

Meesterlijk verstond Philippus de kunst om een tegenstander door hoflelijkheid en vleitaal voor zich te winnen; hij wist dan ook den Romeinschen veldheer werkelijk tot het aangaan van een wapenstilstand voor twee maanden te bewegen. Tot het aannemen van de door Philippus aangeboden vredesvoorwaarden bezat de veldheer echter geene volmacht, hij moest den koning naar den Romeinschen senaat verwijzen.

D( 'ze had besloten den oorlog voort te zetten; alleen wanneer de Macedoniër alle bezittingen buiten zijn rijk opgeven wilde, zou de vrede tot stand komen. Toen dus de gezanten van Philippus te Rome kwamen, werd hun eenvoudig de vraag voorgelegd, of zij volmacht hadden om van geheel Griekenland alstand te doen; op hun ontkennend antwoord werden alle onderhandelingen onmiddellijk afgebroken. De senaat besloot den oorlog met kracht door te zetten. Flamininus, wiens opperbevel verlengd werd, ontving aanzienlijke versterkingen; de beide vroegere veldheeren, Publius Galba en Publius Villius werden aangewezen om onder hem het bevel te voeren.

Alleen ingeval Philippus bij een treffen in het open veld overwinnaar bleef, kon hij op een goeden uitslag van den strijd hopen. Geheel Griekenland met uitzondering van Acarnanië en Boeötie stond thans tegen hem onder de wapenen; de vorst spande dus alle krachten in om een leger in het veld te brengen, dat aan de vereenigde macht der Hellenen en Romeinen het hoofd bieden kon. en werkelijk gelukte bet hem, 2G.000 man onder zijne bevelen te vereenigen.

De veldtocht van het jaar 197 v. Chr. begon en besliste eindelijk den strijd. Philippus, die te ongeduldig was om een aanval der Romeinen in Macedonië ai' te wachten, trok hun in Thessalië te gemoet; bij Cynocephalae (Hondskoppen) in de nabijheid van Scolussa, kwam het tot een slag. Wel streden de Macedoniërs dapper, doch eindelijk werden zij geslagen; Philippus' nederlaag was volkomen.

Terzelfder tijd had Philippus ook op andere punten zware verliezen geleden. In Carië was eene Macedonische legerbende door de Rhodiërs geslagen; de bezetting van Corinthe was door de Achaeërs zwaar geteisterd, terwijl in Acarnanië de stad Leucas stormenderhand ingenomen was. Toen ten gevolge van deze laatste gebeurtenis en van het bericht van den slag bij Cynocephalae de Acarnaniërs zich overgaven, zag Philippus in, dat hij geheel overwonnen was; hij smeekte om een wapenstilstand en om een onderhoud met den zegevierenden veldheer.

Eer Flamininus een besluit nam omtrent de vredesvoorwaarden, die hij den Macadonischen vorst zou voorschrijven, raadpleegde hij de hoofden zijner Grieksche bondgenooten. Livius verhaalt ons: De Aetoliërs drongen er op aan, dat hun vroegere vijand streng behandeld zou worden. Flamininus bedroog zich, zoo spraken de aanvoerders der Aetoliërs, wanneer hij meende den Romeinen den vrede of aan Griekenland de onafhankelijkheid verzekerd te

Sluiten