Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

strijden zou. waarheen het lot hem ook mocht voeren; alleen zijn dood kon hun rusl en veiligheid schenken.

Of' de Romeinsche senaat den vluchteling tot in zijn laatsten schuilhoek vervolgde, dan ol Flamininus, die als gezant naar koning Prusias gezonden werd, op eigen gezag pogingen aanwendde om den dank der republiek in te oogsten, door haar van haar gevaarlijksten vijand te ontslaan, is niet met zekerheid uil te maken. Dit alleen staat vast, dat Prusias, een der nietswaardigste vorsten van Azië, zich volgaarne bereid verklaarde om den gastvriend. wien hij bescherming toegezegd had, aan de wraak der Romeinen over te leveren.

Terstond na het eerste onderhoud met Flamininus zond Prusias eene afdeeling krijgslieden naar hel huis van Hannibal.

Livius verhaalt ons: »Hannibal had sinds langs de vrees gekoesterd, dat zulk een einde hem wachtte, want hij kende den onverzoenlijken haat der Romeinen legen hem en wist, dat op de trouw des konings niet viel le rekenen. Toen hij het bericht van Flamininus' aankomst ontvangen had, begreep hij, wat hem boven het hoofd hing. Reeds sedert geruimen tijd had hij, daar hij zich van alle zijden door vijanden omringd zag, zijne maatregelen genomen om altijd een uitweg open te houden. Met dit doel was zijne woning van zeven uitgangen voorzien, eenige daarvan waren van buiten niet zichtbaar, opdat ze niet door eene wacht versperd zouden worden. Doch al zijne voorzorg bleek ijdel; de verspieders des konings hadden ook de verborgen uitgangen ontdekt, de geheele' omtrek van het huis was zóó met schildwachten omringd, dat niemand ontsnappen kon.

Toen men Hannibal meldde, dat er schildwachten des konings in den voorhof stonden, waagde hij eene poging om door zijne meest verborgen achterdeur te ontsnappen, doch ook deze uitgang was door soldaten versperd. Hannibal zag, dat de vlucht onmogelijk was. Tot geen prijs wilde hij in de handen der Romeinen vallen, daarom had hij met het oog op zulk een geval sedert lang eene hoeveelheid vergif in gereedheid gehouden.

«Wanneer het den Romeinen," riep hij zijnen huisgenooten toe, »te lang duurt den dood van een grijsaard af te wachten, dan wil ik hen van die kwellende zorg ontslaan. Flamininus zal geene groote of gedenkwaardige zegepraal op een weerloos en verraden man behalen. De dag van heden zal doen zien, hoezeer de zeden van hel Romeinsche volk verbasterd zijn. De vaders der Romeinen hebben koning Pyrrhus, toen deze aan het hoofd van een leger gewapenderhand in Italië tegenover hen stond, gewaarschuwd voor pogingen om hem te vergiftigen, de tegenwoordige Romeinen eischen bij monde van den gewezen consul, als gezant bij koning Prusias, dat hij zijn gastvriend op de schandelijkste wijze vermoorden zal."

Na deze woorden smeekte Hannibal de goden, dat zij hem op Prusias en op diens rijk mochten wreken, hij riep hen tot getuigen van de trouwbreuk des konings aan en ledigde daarop zonder aarzelen den giftbeker.

Zoo stierf Hannibal in het jaar 183 v. Chr. Zijne laatste woorden, waardoor de laaghartige wraak der Romeinen met zooveel juistheid wordt gebrandmerkt, worden ons door Hannibals heftigsten vijand, door den Romein Livius zelf, verhaald.

Omstreeks denzelfden tijd, waarschijnlijk in hetzelfde jaar, rukte de dood nog twee andere mannen weg, die, hoewel zij niet de zielegrootheid en het genie van Hannibal bezaten, toch verdienen met hem in één adem genoemd te worden, den Romein Scipio Africanus, den overwinnaar bij Zama, en den Griek Pbilopoemen. Reiden stierven, evenals Hannibal, buiten hun Vaderland en in treurige omstandigheden.

Na de op Antiochus behaalde overwinning waren de Scipio's de machtigste mannen van geheel Rome geworden. Lucius Scipio had een luisterrijken triomf gevierd en den eernaam Asiaticus ontvangen, ofschoon de stem

SlEECKIÜSS. II. 22

Sluiten