Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

goud doorstikte dekens als met fijn lijnwaad bedekt was. Het was omringd door de wapenrustingen der vijanden, die hij in zijn leven gedood had en door de kransen, die hij vroeger bij wedspelen had gewonnen. Achter de baar gingen de naaste bloedverwanten, die niet den minsten tooi mochten dragen, in hel zwart gekleed, de dochters zonder sluier, de zonen met omhuld gelaat; zij werden door de verdere bloedverwanten en vrienden, door de cliënten en vrijgelaten slaven gevolgd.

De lange trein begaf zich naar de mark), waar de baar in de hoogte geheven werd; hier stegen de voorvaders van de wagens en namen op de curulische zetels plaats, terwijl de naaste bloedverwant, meestal de zoon des gestorvenen, het redenaarsgestoelte beklom om, nadat hij de daden der voorvaderen vermeld had, ook die des overledenen voor de menigte te roemen.

De schitterende plechtigheden, waarvan wij onzen lezers een denkbeeld poogden te geven, leveren het bewijs hoe ver de Romeinsche adel van den vroegeren eenvoud was afgeweken; terwijl de geschiedenis van LuciusQuinctius Flamininus ons heeft doen zien, hoe treurig het daarbij met de zedelijkheid was gesteld. Dat het voorbeeld des adels ook in dit opzicht door het volk nagevolgd werd. zullen andere feiten ons leeren.

De Romeinsche krijgslieden, die kinderen des volks in den eigenlijken zin des woords. bieden ons in den Aziatischen en tweeden Macedonischen, in den derden Punischen en in den Numantijnschen oorlog het treurig schouwspel van eene geheele zedelijke verbastering aan. Zij waren niets meer dan een aan alle tucht ontwende, aan den wellust overgegeven rooverstroep. die zelfs door de uitstekendste veldheeren niet dan met de grootste moeite tot tucht en orde kon worden teruggebracht. Na het verstrijken van hun diensttijd keerden de soldaten naar hun vaderland terug, en brachten zoo in het burgerlijke leven hunne verderfelijke, zedelooze leefwijze in zwang. Alleen hierdoor wordt het ons verklaarbaar, dat de senaat zonder schroom alle beginselen van recht en billijkheid tegenover vreemde volken met voeten treden kon, zonder door het volk ter verantwoording te worden geroepen vanwege de smet, op den Romeinschen naam geworpen. Het volk zelf had alle eeren rechtsgevoel verloren, de staatkunde van den senaat drukte maar al te juist de ware volksmeening uit.

De geschiedenis van een merkwaardig proces, ons door Livius meegedeeld, vergunt ons een blik te slaan in de diepte van onzedelijkheid, welke reeds toen te Rome heerschte.

Er had zich te Rome eene geheime, alle standen omvattende vereeniging gevormd, die onder liet voorwendsel, dal men den god Racchus vereerde, in de Racchanaliën schandelijke feesten vierde. »Met den godsdienst", zegt Livius, «werden maaltijden en slemppartijen verbonden, om zeer velen aan (e lokken. Daar het brein dooi' den wijn werd bedwelmd en omdat door de nachtelijke duisternis en het bijeenzijn van vrouwen en mannen, van ouden en jongen elk gevoel van schaamte verstikt werd. verviel men daar tot ontucht van allerlei soort. Doch het bleef niet bij deze éene misdaad, bij overspel van vrijgeboren knapen en vrouwen, maar valsche getuigenissen, valsche zegels, vervalschte testamenten en valsche aangiften kwamen uit dezelfde werkplaats voort. Giflmengerij en moord op bloedverwanten werden hier gepleegd en dikwijls kon men niet eens de lijken vinden, om ze te begraven. Meestal maakte men van list, doch ook somwijlen van geweld gebruik en dit laatste bleef verborgen, daar het geluid der pauken en bekkens het hulpgeschrei der ongelukkige slachtoffers verdoofde. Aan eene besmettelijke ziekte gelijk, verbreidden de schandelijke feesten zich uit Etrurië naar Rome; de omvang der stad was oorzaak, dat de misdaden aanvankelijk verborgen bleven, totdat eindelijk in het jaar 18G door een samenloop van omstandigheden eene aanklacht bij den consul postumius werd ingediend.

Publius Aebutius, een jong man uit een adellijk geslacht, was onder het

Sluiten