Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van de plaats, waar de stemming gehouden werd, in den tempel der Trouw bijeengekomen; hier wachtte hij op de berichten, welke zijne aanhangers achtereenvolgens omtrent den loop der stemming kwamen meedeelen. Ook op de plaats, waar de verkiezing geschiedde, had zich eene menigte adellijken verzameld, die met luid geschreeuw hun protest tegen de geldigheid der stemming herhaalden; zij verdrongen de vrienden van Tiberius Gracchus en brachten onder hen zulk eene verwarring teweeg, dat de tribuun zijn leven niet meer veilig achtte. Wellicht om zijnen vrienden te kennen te geven, dat zijn hoofd gevaar liep, wellicht ook om hun een afgesproken teeken te geven, hief hij de hand naar zijn hoofd op. De edelen schreeuwden, dat hij de koninklijke diadeem wilde hebben. Met dezen uitroep drongen zij den tempel der Trouw binnen, waar de senaat onder hel voorzitterschap van den consul Mucius Scaevola vergaderd was.

Publius Cornelius Scipio Nasica, een bloedverwant in verwijderden graad van Tiberius Gracchus, een der heftigste en meest verbitterde aanhangers der adellijke partij, drong bij den consul er op aan, dat deze de republiek redden en den tyran ten onder brengen zou. doch Mucius Scaevola verklaarde, dat hij zich aan de wet houden en niets onwettigs doen zou. Alleen in geval Tiberius Gracchus de wet schond, zou hij trachten hem dit te beletten.

Zulk eene gematigdheid was niet naar den zin der optimaten. Scipio Nasica sprong woedend op. »De consul verraadt de republiek", tierde hij, »wie de wet wil beschermen volge mij!" Met die woorden omhulde hij het hoofd met de toga en snelde aan het hoofd cener bende edellieden naar de verkiezingsplaats. Zijne makkers wonden de toga om den linkerarm, als gingen zij ten strijde; zij grepen stokken, die juist voor de band stonden, en drongen biermede gewapend met blinde woede op de kiezers aan.

De banken werden omvergeworpen en verbrijzeld, de voetstukken dezer zitplaatsen leverden nieuwe wapenen, waarvan de optimaten zich meester maakten. Zoo stormden zij naar het midden van het plein, waar Gracchus, omringd door eenige weinige vrienden, zich bevond.

De aanval geschiedde zóó onverwacht, dat de verschrikte drom eensklaps uit elkander stoof. Niemand beproefde eenigen tegenstand te bieden, toen de optimaten, aan wie zich een troep gepeupel aansloot, onder woedend getier op Gracchus losgingen. Met knolsslagen werden eenige aanhangers van den tribuun ter aarde geworpen, deze zelf zocht zijn heil in de vlucht. Een der moordenaars wilde hem vasthouden en greep den vluchteling bij de toga. doch deze liet zijn kleed in handen der vervolgers achter en snelde voort. Hij struikelde over een lijk, dat hem in den weg lag, werd ingehaald en. voordat bij zich oprichten kon, door een tribuun, die zich aan den adel aangesloten had, met een slag aan den slaap van het hoofd gedood.

\ lak voor den tempel der Trouw werd de moord gepleegd. 300 vrienden van Gracchus deelden in zijn lot. Zelfs aan de lijken koelde de adel zijne woede. Tevergeefs smeekte Gajus Gracchus. dat men hem het lijk zijns vermoorden broeders zou uitleveren, opdat hij het zou kunnen begraven; de woeste moordenaars sloegen dit verzoek af en wierpen het lijk van den gehaten man in den Tiber.

De edelste voorvechter voor de volksvrijheid was schandelijk vermoord en de adel beroemde zich op deze euveldaad; hij verklaarde, dat geen ander einde den man had kunnen verbeiden, wiens eerzucht naar eene koningskroon gestreefd had; hij beriep zich op het roemrijke voorbeeld van Servilius Ahala en, om de maal der ongerechtigheid in alle opzichten vol te meten, benoemde de senaat eene commissie, die tegen Gracchus' medeplichtigen een onderzoek instellen moest.

De consul Publius Popillius, de voorzitter der commissie, woedde onder de onschuldige vrienden van Gracchus op de wreedste wijze. De aanvoerder der moordenaarsbende, Scipio Nasica, achtte zich na zijne schandelijke daad

Sluiten