Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en Flaccus voor den senaal dagen, om zich wegens schennis van de majesteit des Iribuuns te verantwoorden. Aan die oproeping gehoor te geven was hetzelfde als vrijwillig den dood in de kaken te loopen. Flaccus zond daarom nog eens zijn zoon terug, doch deze werd door den senaal niet eenmaal aangehoord; de consul liet den jongeling zelfs in de gevangenis werpen.

De adel had besloten den strijd te wagen. Onder aanvoering van den consul Lucius Opimius rukten de gewapende senatoren, door de Cretensische boogschutters en de adellijke ridders vergezeld, op den Aventinus aan, terwijl Opimius in de stralen liet omroepen, dat hij, die het hoofd van Gracchus of van Flaccus bracht, het gewicht daarvan in goud zou ontvangen en dat aan een ieder,die den Aventinus voor het begin van den strijd verliet, alle straf zou worden kwijt gescholden.

Ten gevolge van deze aankondiging werden Flaccus en Gracchus door velen hunner aanhangers verlaten. Thans scheen de strijd hopeloos. Hij was het ook inderdaad; bijna zonder slag of stoot werd de kleine bende omsingeld en overhoop gestoken. Flaccus, die zich met zijn oudsten zoon in eene verborgen plaats verscholen had, werd uit zijn schuilhoek te voorschijn gehaald en onmiddellijk gedood. Om een dergelijk lot te ontgaan, wilde Gracchus zich zelf van het leven berooven. Doch twee zijner vrienden grepen zijn arm, toen hij het zwaard daartoe reeds getrokken had. Zij bezwoeren hem, dat bij zich zelf sparen zou om den wilde des volks, waaraan hij nog belangrijke diensten bewijzen kon. Niet dan aarzelend volgde hij hun raad om zich door de vlucht te redden. Door een trouwen slaaf vergezeld poogde hij, terwijl zijne beide vrienden de vervolgers tegenhielden en blijmoedig hun leven voor hun vriend ten offer brachten, den anderen oever van den Tiber te bereiken. Doch terwijl hij den berg afdaalde, viel hij en verstuikte hij den voet. Toch gelukte het hem, de voorstad op den rechteroever den rivier te bereiken. Had hij een paard kunnen bekomen, dan was redding mogelijk geweest, doch nergens was een paard te vinden, hij bracht het niet verder dan het bosch van Furina. Daar vond men later zijn lijk en dat van zijn slaaf. Ongetwijfeld op het bevel zijns meesters had de trouwe dienaar eerst zijn heer en daarop zich zelf van het leven beroofd.

De hoofden van Flaccus en Gracchus werden bij de regeering ingeleverd. De moordenaars van Flaccus waren geringe lieden, zij werden door den trouwloozen senaat dus met ledige handen weggezonden. Het hoofd van Gracchus daarentegen werd een aanzienlijken man werkelijk tegen goud opgewogen, ofschoon de bedrieger, om meer te verdienen, den schedel met lood had opgevuld. De lijken der volksleiders werden in den Tiber geworpen, hunne huizen aan hel grauw ter plundering overgegeven.

Na den dood van Gracchus begon de verdelgingskrijg tegen zijne aanhangers. Men zegt, dat 3000 hunner, en daaronder ook de 18jarige Quintus Flaccus, die aan den strijd geen deel genomen had, ter dood gebracht zijn. Het vermogen van andere, als landverraders veroordeelde mannen werd verbeurd verklaard; zelfs bet uitzet der vrouwen nam de senaat in beslag. Uit de geroofde schatten bouwde Lucius Opimius, op bevel van den senaat een nieuwen tempel der Eendracht. Met zulk een bitteren haat poogde de adel de nagedachtenis der Gracchen uit te wisschen, dat zelfs hunne moeder Cornelia over hare zonen niet in den rouw mocht gaan. Het volk daarentegen vergat de Gracchen niet. Eerst na den dood der voortreffelijke mannen zag het in, wat het in hen verloren had; het vereerde hunne nagedachtenis met eene liefde en een eerbied, als schier nooit aan een anderen volksleider te beurt viel. Alle pogingen van den senaat om dit te verhinderen waren vruchteloos. Cornelia werd voortaan nooit anders dan »de moeder der Gracchen" genoemd; onder dezen naam, die even eervol is voor de moeder als voor de zonen, is zij tot op dezen dag in de geschiedenis bekend gebleven.

Streckix'ss. ii. 27

Sluiten