Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelegen gevangenis. Door de ondervonden mishandelingen reeds half waanzinnig geworden, riep hij, (oen de koude in de kille onderaardsche vertrekken hem verkleumen deed, tandenknarsend uit: «welk een koud bad!" Kort daarna bezweek hij voor het geweld van koude en honger; volgens andere berichten is hij geworgd.

Het Numidische rijk werd na Jugurtha's dood niet, gelijk reeds bij de Romeinen eene vaste gewoonte was geworden, tot een wingewest gemaakt, maar behield een schijn van onafhankelijkheid. Gauda, de bijna onnoozele halfbroeder van Jugurtha, de laatste wettige kleinzoon van Massinissa, die nog in leven was, werd tot gebieder van het rijk benoemd; doch hij ontving slechts een gedeelte van den staat, dien Jugurtha onder zijn schepter had vereenigd. Het tegenwoordige Algerië werd aan koning Bocchus geschonken, tot belooning voor het jegens zijn schoonzoon gepleegd verraad. De edele vorst vereeuwigde later zijne schandelijke daad, door — tot groot verdriet van Marius — een gouden beeld te doen vervaardigen, hetwelk de uitlevering van Jugurtha aan Sulla voorstelde.

VIJFTIGSTE HOOFDSTUK.

L)e Kimbren en hun tocht naar het zuiden. Hunne eerste botsing met de Romeinen. Zegepralen der Kimbren. I)e Kimbrische paniek. Marius en de Teutonen. Slag bij Aquae Sextiae. De Teutonen vernietigd. Tocht der Kimbren naar Italië. I)e Kimbren door Marius geheel verslagen.

In denzelfden tijd, waarin Afrika het tooneel van den oorlog met Jugurtha was, pakte zich in het noorden een onweer boven Rome te zamen, dat de machtige republiek, de beheerscheres der wereld, op hare grondvesten zou doen waggelen.

Rome had met de Keltische volksstammen, die de noordelijke gewesten bewoonden, bijna onophoudelijk krijg gevoerd. Om den weg over land tusschen de westelijke en oostelijke deelen van het Romeinsche rijk, tusschen Spanje en Macedonië, te beveiligen, was hel noodig geworden de Gallische volksstammen te beoorlogen. Tot belangrijke en bloedige veldslagen kwam het daarbij echter niet, maar wel tot onafgebroken kleine gevechten, waarin de Romeinen meestal overwinnaars bleven en waardoor zij bun gebied allengs uitbreidden. In het hedendaagsche zuidelijk Frankrijk was na langdurige oorlogen eene nieuwe provincie, Gallia Trans-alpina ontstaan. Zij omvatte het land tusschen de Alpen en de Rhóne, benevens de zuidelijke kuststreek tot aan de Pyreneën en was zoowel door sterke vestingen als door goede heirbanen tegen eiken vijandelijken aanval beveiligd. In het noorden en noordoosten vergenoegden zich de Romeinen deels met het ondernemen van onophoudelijke strooptochten, om den krijgshaftigen volksstammen der Alpen ontzag in te boezemen, deels met het sluiten van verbintenissen met de Keltische stammen.

De meermalen reeds ten onder gebrachte Kelten schenen voor de veiligheid der republiek niet langer gevaarlijk; de Romeinen verachtten thans de Barbaren, die zij vroeger gevreesd hadden. Op onzachte wijze zouden zij door een nieuwen, tol dusver onbekenden vijand uit hunne rust worden gewekt.

De in het noorden van het Romeinsche gebied wonende Kelten, de Helvetiërs, die het grootste gedeelte van hel tegenwoordige Zwitserland, Zwaben en Frankrijk bezet hielden; de Bojers, die hunne woonplaatsen in het heden-

Sluiten