Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voeren. Toch was de toestand van Rome nog vrij bedenkelijk. De provinciën Azië en Hellas waren geheel verloren, Macedonië bevond zich voor hel grootste gedeelle in 'svijands macht. Als onbeperkl gebieder heerschte Mithridates op de zee, zijne schepen doorkruisten de Middellandsche Zee in alle richtingen en bedreigden den handel der Romeinen mei den ondergang.

Sulla, die in (lezen tijd als alleenheerscher te Rome gebied voerde, besloot daarom, gelijk wij in het vorige hoofdstuk reeds vermeld hebben, het tooneel van den staatkundigen strijd te verlaten en zijn leger legen Mithridates aan te voeren. In de lenle van 87 landde hij met 5 legioenen, hoogstens 30,000 man, aan de kust van Epirus; hij ondernam het waagstuk om zonder de hulp van eene vloot Griekenland en de provincie Azië op den machtigen koning van Ponlus te heroveren. Ijlings rukte hij naar Rocötië op; hier stiel hij het eerst op een vijandelijk leger onder Archelaüs en Aristion. Dit leger werd geslagen. De geestdrift, waarmee deze eerste overwinning zijne troepen bezielde, stelde hem in staat bijna het geheele Grieksche vasteland opnieuw aan Home te onderwerpen; alleen Athene en de Piraeüs boden nog tegenstand. Tevergeefs poogde lnj zich door een onverwachten storm van de hoofdstad van Attica meester te maken, doch de overige sleden van Hellas gaven zich op genade en ongenade aan de Romeinen over. Aristion voerde het bevel te Athene, Archelaüs in den Piraeüs. Beiden spanden alle krachten ter verdediging in, terwijl Sulla van zijn kant vruchteloos trachtte, zoo spoedig mogelijk en met goed gevolg een einde aan de belegering te maken.

Zonder verschooning liet hij de schoone lustwaranden in de nabijheid van Athene vellen, en dewijl het hem aan geld ontbrak, ontzag hij zich zelfs niet. zich meester te maken van de Olympische en Delphische tempelschatten.

Lang streden de verdedigers van Athene met onversaagden heldenmoed, doch den 1 Maart 86 gelukte het Sulla. nadat de stad geheel uitgehongerd was, haar stormenderhand in te nemen. De soldaten van Sulla woedden met barbaarsche wreedheid tegen de Atheners, het bloed stroomde bij beken dooide straten; de helft der bevolking werd om het leven gebracht; toen eerst gaf Sulla bevel om een einde aan dat bloedbad te maken; — hij spaarde, zooals hij zeide, de levenden ter wille van hunne groole dooden.

De Piraeüs bood nog lang wederstand aan alle krachtsinspanning van den Romemschen veldheer. Om de havenstad te bestormen, had Sulla eene vloot noodig, en over deze kon hij niet beschikken. Levendig gevoelde hij hel gemis daarvan; daarom had hij reeds vroeger een zijner trouwste aanhangers, den strengen optimaat Lucius Licinius Lucullus, naar het Oosten afgezonden, opdat deze zich daar in het bezit zou stellen van de schepen der bondgenooten. doch tot heden waren de pogingen van Lucullus zonder gevolg gebleven.

Sulla zou wellicht nog lang voor de muren van den Piraeüs gelegen hebben, indien niet Mithridates zelf aan Archelaüs het bevel had doen toekomen om de havenstad te ontruimen en zich bij Thermopylae te vereenigen met het leger der bondgenooten, dat door Taxiles uit Macedonië naar het zuiden van Thessalië was gevoerd. Archelaüs volgde dit bevel op; na zijne vereeniging met Taxiles was het leger des konings van Pontus zeker 100,000 man sterk en al zoo veel talrijker dan dat der Romeinen, doch wat orde, krijgstucht en de wijze van aanvoeren betrof, moesten zij ver voor de Romeinen onderdoen. Daardoor was het Sulla mogelijk, bij Chaeronaea tegen het einde van Maart 86 eene schitterende overwinning te behalen, waarbij hij met gering verlies van zijn kant, het vijandelijke leger bijna geheel vernietigde; men verhaalt, dat Archelaüs nauwelijks het twaalfde deel zijner troepen op liet eiland Euboeii in veiligheid heeft kunnen brengen. Schoon deze overwinning op zich zelve van veel beteekenis was, toch droeg zij geene vruchten, want het ontbrak Sulla nog altijd aan eene vloot. Den verslagen vijand kon hij niet op Euboea vervolgen, en bovendien zag hij zich in dien tijd genoodzaakt als vijand op te treden tegenover zijne eigen landgenooten. Te Rome had, gelijk wij spoedig

Sluiten