Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nader zullen liooren, de revolutie opnieuw het hoofd opgestoken. Sulla was afgezet en in zijne plaats de democratische consul Marcus Valerius Flaccus met het opperbevel over het leger in Azië bekleed; met twee legioenen was deze in Epirus geland en rukte hij op Thessalië aan.

Thans kwam het er in de eerste plaats op aan, den uil Rome opgedaagden vijand te bestrijden, en daarom wendde ook Sulla zich naar Thessalië. Bij Melitaea sloegen weldra de beide Romeinsche legers tegenover elkander hunne legerplaats op. Het strookte geenszins met de bedoelingen van Flaccus hier een strijd te beginnen. Hij hoopte zich in Azië tegenover Mithridates een minder twijfelachtigen roem te verwerven, dan hier in een gevecht tegen Sulla te behalen was. Derhalve ontweek hij den slag en trok hij naar het noorden af. Sulla vervolgde hem niet, maar keerde terug naar Athene, waar hij den winter van 86 op 85 doorbracht.

In de lente van 85 werd Griekenland weder het tooneel van nieuwe gevechten. Andermaal had Mithridates een leger derwaarts gezonden. Onder Dorvlaüs was het naar Euboea gezeild en had het zich bij hel overschot van Arciielaüs' leger gevoegd, om in vereeniging met dezen in Boeötie door te dringen. Mithridates kon niet begrijpen, dat zijne ontzaglijke legers verslagen waren door Romeinsche troepen, die in aantal ver voor deze moesten onderdoen; zijne hovelingen fluisterden hem in, dat Archelaüs hem verraden had. daarom deed hij hem het strenge bevel toekomen, om met het nieuw gevormde leger onmiddellijk de Romeinen aan te tasten en hen te vernielen.

Rij Orchomenus kwam het tot een slag. De Pontische ruiterij viel met eene dapperheid, die elk gevaar verachtte, den vijand aan; reeds begon hel Romeinsche voetvolk te wankelen, reeds sloeg het op de vlucht, toen Sulla de vluchtenden te gemoet vloog, aan een standaarddrager het veldteeken uil de hand rukte en den zijnen toeriep: «Hier wil ik sterven. Romeinen, en als men u ooit vraagt, waar gij uw veldheer verraden hebt, zegt dan: bij Orchomenus". Met deze woorden stormde bij op den vijand in. De vluchtende soldaten hielden stand en sloten zich bij hun veldheer aan, de vijandelijke ruiterij werd teruggedreven en na een Moedigen strijd bevocht Sulla opnieuw eene schitterende overwinning. Aldus werd het tweede leger van Mithridates. evenals het eerste, bijna geheel vernield. Met moeite was Archelaüs in staal zich te redden; hij had geen leger meer, niets restte hem dan zijne zeemacht.

Na deze overwinning kon Sulla verder voortrukken en zijne winterkwartieren in Thessalië betrekken, om in 8i den veldtocht in Azië te beginnen. Zoo ver zou het echter niet komen, want Mithridates was in Azië door hel tweede Romeinsche leger niet minder in het nauw gebracht, dan zijne veldheeren in Europa door Sulla. De Romeinen vonden in Klein-Azië eene gunstige gelegenheid lot uitvoering van hunne plannen. Het vreugdegejuich, waarmede de volken van dit land, zoowel de Grieken in de kuststeden als de inboorlingen, den koning van Pontus eens hadden begroet, was sedert lang verstomd. Mithridates had zich als een tiran gedragen en zijne heerschappij was bijna drukkender geweest, dan die der Romeinsche landvoogden. Hierdoor was het volk reeds dikwijls lot vertwijfeling en tot openlijken opstand gebracht. In Azië werd de koning te gelijker tijd te land en ter zee aangevallen. Lucullus, die in het begin tevergeefs beproefd had. in Egypte eene vloot te verzamelen, was in de Syrische zeesteden en op de eilanden gelukkiger geweest; ook in de havens van Cyprus en Rhodus had hij schepen bijeen weten te brengen en zijne vloot eindelijk op zulk eene sterkte gebracht, dat hij een aanval durfde wagen. In verscheidene kleine zeegevechten streed hij dan ook met goed gevolg tegen de zeeroovers van Pontus.

Flaccus was insgelijks zegevierend voortgerukt. Tegen het einde van 86 zette hij voet op den Aziatischen bodem, maar hij vond er tevens het einde zijner loopbaan. Nooit had hij de kunst verstaan, om zich bij zijne soldaten bemind te maken, dezen vertrouwden den onbekwamen veldheer niet, en toen

Sluiten